5e verslag van de voetreis van Johanna.

2 augustus 2000 Vrijdagmiddag.

Ik loop door sereen stille bossen en velden. Het grote woud ligt achter mij, maar dit is ook mooi. Zo stil. Stille serene slordig Slavische dorpjes, met een pleintje en een kerkje en 2 of 3 prachtige huisjes in volksbarok..

Er wordt geoogst, kleine oude combines maaien het koren en de graankorrels worden in oude ijzeren containers gestort die op het veld staan. Dan wordt het in zakken gedaan, zo groot dat een man er 1 kan dragen. Een jongetje in blauwe blouse staat op een trapje, dat tegen de container aanstaat en waadt met zijn armen door al dat graan. Zijn vader komt langzaam aangelopen met een stapel zakken en een schep. Als hij de eerste zak dichtbindt lijkt het alsof ik weer iets van die eenheid en blijdschap zie die veel Tsjechen voor hun voedsel hebben.

In het bos zie ik soms bukkende gestalten tussen de bomen. Uit het bos komen mensen met grote manden barstensvol enorme paddestoelen, een goed paddestoelenjaar deze zomer.

Paddestoelen zoeken is in Tsjechië nationale hobby. Elke familie kent wel bepaalde soorten waarvan ze zeker weten dat ze eetbaar zijn. Dat wordt van ouder op kind doorgegeven. Net als bij sportvissers doen verhalen over enorme paddestoelen de ronde en hoelang de familie dar wel niet van eten kon.

 

 

 

 

 

3 augustus ’s avonds, in Nove Hrady – Klooster.

Vanmorgen gebeurde er iets naars. Ik had naast een beekje gekampeerd en ik zat te kijken naar een ziek eikenboompje. De paar bladeren die het nog had, werden wel prachtig in het tegenlicht door de zon. Een heel klein spinnetje was net klaargekomen met haar webje. Een schitterend rond webje, waar zij als een diamantje in het midden zat. Ook dit webje werd doorlicht door de zon.

Ik dacht: het lijkt wel een lens, een oog waar het zonlicht doorheen schijnt op dat zieke Elsenboompje. Misschien wordt het daar wel een beetje beter van. Ik wil ook iets voor het boompje doen en maak een aardig arrangementje van blaadjes, elzeoortjes en ga dat aan haar voet leggen. Tot mijn grote schrik blijk ik een steundraad van het webje geraakt te hebben en hangt het geheel verkreukeld en vernield tussen de takjes er is haast niets van over. O, wat heb ik een spijt. Dat webje was zo mooi, nu moest ik zonodig iets "doen" met mijn grote grove goedbedoelende lijf ook zonodig iets moois maken. Ik had moeten blijven zitten om naar het spinnetje te kijken en het zonlicht dat daardoorheen op het boompje viel en dat was meer dan genoeg geweest.. Dat was heling geweest voor ons alledrie, maar nu moest ik me ermee bemoeien en nu moet die kleine spin helemaal opnieuw beginnen en die heeft dat niet verdiend.

Wroeging heb ik er over. Toch, als ik alter alles heb ingepakt en nog even naar dat mooie plekje waar ik overnacht heb kijk, voel ik toch dat alles goed is, dat het ingecalculeerd is, dat ik fouten maak en dat alles liefde is.

Alsof het nog niet genoeg geweest is die morgen, bestel ik tegen de middag uit de lijst "fleischloze Gerichte" een spaghetti Carbonara. Goh, denk ik, ze hebben iets leuks vegetarisch van de Carbonara gemaakt, ik ben benieuwd! De spaghetti komt, een bord vol met stukjes ham. Ik sta paf en wijs op de spijskaart. Ja, maar Carbonara is met ham, zegt de serveerster. Maar ik ben vegetariër en ik wou iets zonder vlees, zeg ik, terwijl ik op de vleesloze gerechten wijs. Maar Carbonara is altijd met ham, zegt ze. Woedend streep ik onder haar ogen het woord "fleischloze Gerichte" op de spijskaart door. Nu wordt zij ook boos, pakt de kaart, gooit die achter de bar op een tafeltje en laat me aan mijn lot over. Ik eet het niet op, als het rundvlees was geweest had ik dat misschien nog gedaan, maar van varkensvlees word ik ziek. Ik eet de sla op en drink mijn bier op en krijg de rekening. Dat is inclusief de Carbonara. Dat betaal ik niet, het is hun fout. De gemoederen raken aardig verhit. Ik zeg dat ze de politie maar moeten roepen, maar dat ik niet betaal. De oplossing komt, doordat de grote baas van het restaurant mij mijn zin geeft. En het raadsel wordt opgelost doordat de serveerster zegt dat ham worst enz, geen vlees is in Tsjechië. Dus is het gewoon een taalkwestie. In het Duits en Nederlands is alles wat eetbaar is van een beest vlees, hier heeft dat een andere betekenis.

Iedereen in de stress door je boosheid, zie eens wat je aanricht! Ik verdwijn met mijn rugzak door de deur en heb opnieuw wroeging, vorige week was ik ook al driftig, gaf ik een snauw tegen een jongetje dat tegen mij aan liep. Jawel, je was nat en ongelukkig, en koud en hongerig, maar zie je dat gezichtje nog? Nee, je vond het gewoon lekker om even uit te halen, terwijl niemand kwade bedoelingen had.

Een uur lang heb ik wroeging en een uur lang blijk ik de verkeerde weg te hebben gevolgd, maar gelukkig kom ik gemakkelijk op het goede pad terug. Als beloning voor mijn zonden krijg ik onderweg een nieuwe landkaart, precies op het punt waar ik hem nodig heb, in de winkels was hij niet te koop en mag ik in een prachtig klooster slapen met gratis avondeten en ontbijt terwijl het buiten stevig onweert en regent. Zo zie je maar: God laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

Met een van de paters praat ik over de politieke kwestie. Het valt me altijd weer 100% mee hoe ruimdenkend veel kloosterlingen zijn. Hoe kom ik toch op dat idee, dat dat niet zo zou zijn? In de barokke eetzaal, eenvoudig gerestaureerd door alle stucwerk gewoon wit te schilderen, vraagt een oudere man om hij me even aan mag raken, iemand die zo’n tocht onderneemt aanraken, dat brengt zekerheid. Ik sta helemaal paf!

En tegelijkertijd blaast mijn ego zich in het verborgene op.

Ik krijg een gedenkpenning van de heilige Svaty Peregrim Lariosi, een pelgrimmonnik die patroon van pelgrims en voetlijders is geworden en specifiek met dit klooster verbonden is.

Aan tafel heb ik een gesprek met een vrouw die spirituele cursussen geeft. Katholieke spiritualiteit. Op dit moment loopt een cursus over de zeven smarten van Maria. En hoe je die kunt herkennen in je eigen leven en er in plaats van een drama een parel van maken. Bijvoorbeeld als je lichamelijk lijden te verduren hebt, dan niet meteen naar pijnstillers grijpen maar vanuit een positieve instelling met je pijn omgaan als zijnde deel van het aardse leven en van daaruit je grens bepalen. Die pijngrens ligt voor iedereen anders. Maar ook het geestelijk lijden kan anders benaderd worden. Het geeft mij de indruk van een bepaalde lijdzaamheid -echt ouderwets katholiek- maar ook een kostbaar iets dat in het huidige succestijdperk, ook dat van new-age, verloren dreigt te gaan.

4 augustus 2000.

Ik ga naar de Tsjechisch / Oostenrijkse grens. Ik maak mijn laatste kronen op. Wat vind ik het jammer om het Slavische weer te verlaten, heimwee heb ik gewoon al.

Ik heb iets met dit soms nog verveloze vriendelijk land met zijn teruggetrokken verlegen mensen. Nu komt Oostenrijk, ik verwacht dat dat net zoiets als Beieren is. Meteen al over de grens valt me het aangeveegde, parkachtige landschap op. Prachtige glooiende velden, bosranden en bosschages. Op een wegkruis de volgende wijze spreuk: Wie zijn kruis opneemt, draagt slechts de helft van die last.

En nog een: Lieve God, Beschermt U de natuur, het woud de dieren. Amen.

Als ik op mijn kaart loop te turen omdat ik de weg een beetje kwijt ben, gaat er een raampje van een in de buurt staand huis open. Of ik hulp nodig heb? Even later lopen twee oudere dames en een hond 5 km met mij op.

Over een mooi bospaadje, vol gegroeid met allerlei soorten paddestoelen. Een van de dames vertelt erover, dat ze als 15jarige na het sterven van haar moeder voor de jongere broertjes en zusjes moest zorgen. Bovendien nog mee op het land helpen. En dat ze zo hard werkt, dat ze s nachts niet meer kon slapen, zodat de mensen in het dorp zeiden dat, als het zo doorging, zij zou sterven. Ze groeide ook niet, kwam niet aan. Toen ze 19 was mocht ze naar een tante die huishoudlerares was. Ze stond daar van ’s ochtends 7 tot ’s avonds 8 in de keuken, groeide in een half jaar 7 cm en kwam 8 kg aan en ze genoot. Ze vertelde hoe graag ze gelezen had en dat er geen boeken waren en geen bibliotheek. Ze las elk hoekje krant, alle gebruiksaanwijzingen, elke flard waar maar letters op stonden. Ze kreeg een boek met twee sprookjes erin, die kent ze nog uit haar hoofd. Die leeshonger wordt pas op deze leeftijd, 66 jaar, gestild, want zegt ze, ik heb niet zoveel slaap meer nodig. Ze leest religieuze en filosofische boeken, aardrijkskunde en geologie.

Ze nemen het feit dat ik naar Jeruzalem ga voor kennisgeving aan en ze doen er helemaal niet moeilijk over dat ik dat alleen doe. Ze beloven mee te zullen bidden voor de vrede en ten afscheid zegt de meest spraakzame: heb geen angst. Dat is niet nodig, U bent in Gods hand. Ik ben ook niet bang. Dat is nog eens iets anders en ik zal het in mijn oren knopen.

’s Avonds repareer ik de lekke plekken in mijn tent, of die plekken waarvan ik denk dat ze lek zijn, met grote stukken kleefband. Het gaat vast regenen vannacht en dan kan ik de boel testen.

5 augustus, zaterdag.

Het heeft geregend, mar niet zo erg om plassen in mijn tent te veroorzaken. Bepaalde plekken slaan toch wel door. We moeten verder kijken, ik heb overigens lekker geslapen.

In Weiter zit ik op het marktplein, een leuk oud pleintje. Ik heb net Schillingen uit de flappentapper getrokken en vraag me af hoeveel 1 shilling waard is. Geen idee. Ik laat me vertellen dat het 0.37 cent waard is. Dan zijn die herensokken, die in de aanbieding zijn voor 50 shilling wel erg duur. Het blijkt 0,16 cent te zijn.

Het stikt van de bruidsparen hier bij het stadhuis, met telkens dezelfde fotograaf. Hij heeft het druk. Er komt een ooievaar over het plein gevlogen. Dat zal hier wel gewoon zijn, maar voor mij is het bijzonder.

Ik zie ook nog iets vreselijks! Een bruidspaar dat op de glibberige trappen van het kasteel gefotografeerd wordt. Een chique, teer bruidje en een macho van een vent. Als ze klaar zijn, is de bruidegom de fotograaf behulpzaam en draagt zijn koffer met fotospullen de trap op. Ze lopen gezellig naast elkaar te kouten, terwijl de bruid, op haar ragfijne hooggehakte schoentjes en haar lange wijde jurk 15 meter achter ze loopt, voorzichtig om niet uit te glijden loopt ze achter haar man te struikelen. Wat een eenzaamheid zal dat huwelijk worden.

Zondag 6 augustus. Kwart voor 8 ’s morgens in de tent.

Het regent onophoudelijk, vanaf 5 uur vanochtend. Gelukkig zat het plastic op de tent dus binnen is het niet erg nat. Maar toch ik begin genoeg te krijgen van al dat regenweer. Elke dag, elke nacht is het raak de laatste week. Gelukkig is het niet koud.

Afgelopen maandag was het opeens een stuk minder last van de achillespees, en nu heb ik weer een week gelopen en nu speelt hij weer op. Ik moet vandaag echt rusten, dat wordt met die regen weer een dure kamer.

Het is nu 8 uur, het regent nog steeds. Om 9 uur hield het op en om 10 uur ben ik weggegaan. Ook dit is een wonderlijk stil landschap, heel prettig. Groepjes overgroeide rotsblokken liggen tussen de keurige akkers. Het doet mystiek aan. Vandaag heb ik zonder kaart gelopen. Ik dacht dat kleine stukje naar Zwettl wijzen de mensen me vast wel. Ik ben al vijf uur onderweg, dat is 18 km minstens. De mensen weten niets van wegen en afstanden.

Maandag 7 augustus 2000 bij Zwettl.

Ik heb het niet gehaald. Ik was zo moe van dat blinde omlopen op asfalt, dat ik op 5 km van Zwettl in de regen ben neergezegen en om 9 uur al in bed lag. Ja, gelukkig was mijn slaapzak en ikzelf nog steeds warm en droog. Verwarde dromen van verdwaald zijn in Praag. Mijntje leidt me. Zij weet de weg, maar ik kom er achter dat dat helemaal niet zo is. We zijn allebei verdwaald.

Ik had gisteren graag te communie gegaan, maar alhoewel het landschap hier bezaaid is met losse huizen en asfaltweggetjes, wegkapelletjes is er geen grote kerk te vinden. De hele dag niet. Ook was er 1 telefooncel, van waaruit ik niet naar Nederland kon bellen. Dat moet dus vandaag. Verder komen alle barokke wegkruizen en theatrale Maria’s in wegtempeltjes mijn neus uit. Ze zijn zo lelijk en zo overvloedig dat ze tussen mij en God gaan staan.

Vannacht weer de hele nacht regen en onweer, maar vanochtend is het redelijk droog, afgezien van de druppels die uit de bomen vallen (net zo nat).

Ik sta in een dennenbos aan de rivier de Zwettl, die heel erg bruin en gezwollen is van alle regen. Met grote snelheid varen er takken en halve bomen in de stroom voorbij. Vannacht is zij tenminste een halve meter gestegen. Ik heb geen ontbijt bij me. Gisterenavond heb ik een stukje brood gebedeld van een boer.

Gisterenmiddag kon ik voor 30, = een dineetje krijgen, dat heb ik maar niet gedaan en in plaats daarvan koffie met koek genomen, 7 gulden voor lekkere koffie Hag en een minuscuul vies chocoladecakeje op een enorm bord.

Geen winkels verder en ook geen andere normale Gasthausen. Oostenrijk is nog duurder dan Duitsland.

Ik ben in Zwettl in een pensionnetje gegaan, alles moet weer droog worden, ik moest ook veel wassen en ook mijn haar.

Er blijken hier in de buurt heel veel oude Keltische resten te zijn, een inwijdingspiramide, dolmen, bijzondere rotsformaties. Ik ben er vlak langs gelopen gisteren zonder het te weten.

Dit soort dingen gebeurt aan de lopende band sinds ik weer met mijn reis begonnen ben. Allemaal "anti-kadootjes". Ik scheer vlak langs allerlei prachtige mogelijkheden zonder het te weten. Doe ik iets niet goed? De winkel die net dicht is als ik er aan kom, enz. enz. ik ben nu al voorbij drie interessante plekken, maar ik kan teruggaan en ze alsnog bezoeken, maar ik voel nu al, of beter, ik ben nu al bang dat ik helemaal niets zal ervaren, juist omdat het me om de ervaring te doen is!

Ik zit momenteel muurvast wat betreft het spirituele, ik mediteer trouw op de vaste tijden, maar eigenlijk gebeurt er niets, komen alle kruisen en barokke toestanden me de neus uit, als ik aan Jeruzalem denk voel ik een groot niets. Hormonen? Overgangsperikelen? Dan moet ik het gewoon uithouden. Ik ben niet depressief, eerder knorrig en ontevreden. Het is helemaal niet leuk om zo te zijn, ik ben liever blij en liefdevol. Ik gedraag me nu wel beter, ik houd me in als ik weer geïrriteerd word door iemand en blijf vriendelijk. Dat is in ieder geval gewonnen. En dan die regen, blijft het zo?

Woensdag 9 augustus 11.12 uur.

Ik zit op het grote binnenplein in het enorme klooster bij Zwettl. Dat heeft me goedgedaan. Vanmorgen de heilige mis bijgewoond, ter communie gegaan en zoals altijd de extra verdieping gevoeld die dikwijls in kloosters aanwezig is. Ik heb gepraat met een van de paters, over dat ik zo vast zit en me leeg voel(de), maar hij vond het heel normaal. Het gebeurt iedereen die veel bidt en zeker ook met hemzelf en monniken in het algemeen en ik deed dus niets fout. Ik dacht het ook al niet, maar ik had het nodig om ven van een ander te horen.

Ook op dit grote binnenplein is de vrede voelbaat. Het is een renaissance vierkant, geschilderd in crème en geel met barokke versieringen, maar niet teveel. Op het dak broeden ooievaars. Zwermen zwaluwen die door de blauwe lucht zwieren en tjirpen en af en toe oorverdovende straaljagers, die overkomen vanaf het militaire oefengebied hier vlakbij. Zie de paradox. Een fontein in het midden. Een gratis kamer met ontbijt in een vleugel die alleen door mij bewoond werd vannacht.

Uitzicht op de grote stille kloostertuin, cipressen een hoge beukenboom voor een zachtgele muur. Rechts de ingang van de kloosterkerk. Oorspronkelijk gotisch, maar nu barok. Een groot beeld boven de ingang, de aartsengel Michael die de draak aan de aarde spietst, maar wel met een heel liefdevolle uitdrukking op zijn gezicht.

Op de huispantoffels die het klooster beschikbaar stelt glijd ik door de lange gangen op glanzend gepolitoerd maar oud parket. Ook de grote deuren die naar de kamers / zalen voeren zijn van gepolitoerd kersenhout. Stiekem kijk ik achter elke deur die open is. Daarachter zijn lege zalen met half gerestaureerde fresco’s. Het is een en al prachtige vergane glorie uit de 17e eeuw. Onmogelijk om echt goed te onderhouden.

In de keuken naast mijn kamer staan wat keukenkastjes van spaanplaat, een roestvrijstalen aanrecht. Er hangt ook een oude kristallen lichtkroon van geslepen glas en boven in de hoeken zie ik de resten van geschilderde guirlandes. Aan het eind van de gang begroet mij in een vergulde nis een met ogen ten hemel geslagen gemijterde bisschop. Waar de monniken zijn blijft onzichtbaar. Vanmorgen is alles weer harmonie in me, ik stap op en ga verder.

Ik loop door het beboste dal van de Zwettl. Ik zie een aankondiging die voor zichzelf spreekt:

" Bundesheer Achtung"

Hier beginnen de woudwegen van het klooster van Zwettl. Het berijden en betreden ervan is slechts met schriftelijke toestemming toegestaan. U kunt zich niet beroepen op een bevel van hogerhand, hier zal niet op ingegaan worden, Abdij Zwettl.

Klinkt hier iets door van een strijd tussen staat en kerk? Of is er een hoop geleerd van de tweede wereldoorlog?

Wat en mooie open stilte is er hier. Net zoals in de Eifel is er wel veel asfalt, om de haverklap bio-boerderijen, bio winkels in de dorpen. En zelfs het aanbod van de VVV heeft een hoog new-age gehalte, mystiek waldviertel bezoek de geheimzinnige plekken van de kelten, elke zaterdag vertrek om 12.00 uur vanaf het stadhuis, kosten 4,50. Ik heb de Keltische inwijdingspiramide bezocht die diep in het bos gelegen is. Een toren van Babelachtige cilindrisch oplopende kegel opgebouwd uit losse stenen. Het beeldt de weg van de mens uit, die in cirkels verloopt, maar telkens een niveau hoger. Ik hoopte er alleen te kunnen zijn, maar er bleken twee mannen bezig te piramide te restaureren. Het zag er prachtig uit en ik vroeg toestemming om er omheen te mogen lopen. Het was een schok te ontdekken dat de piramide van achter totaal ingestort was. Volgens de mannen was dat twee jaar geleden onder de druk van het bezoekersaantal gebeurd en dan denk ik stiekem: zijn al die hordes new-agers die zichzelf hier komen inwijden (inclusief ikzelf). Ik had onderweg ook al op een prachtig rotsblok Germaanse rune tekens zien staan. Ik kan ze helaas niet lezen.

Er was nog een plek waar ik vlak langs gekomen ben: heimliches Gezicht, een flinke afgrond waar de misdadigers ingegooid werden door de bewoners van de plaatselijke 3 dorpen. Mooi uitzicht. Het was nu heel vredig. De oogst is begonnen, de zon schijnt inmiddels weer heftig na al die regen en de combines doen grommend hun werk in de gouden korenvelden die tussen de bossen in liggen. Vandaag zie ik meest vrouwen op de tractoren. Spitse gezichten met heldere bruine ogen, zonder hoofddoek tegen de zon en van een ontwapenende vriendelijkheid als ze me groeten. Echte lieve glimlachen. Wat lijkt het me vreselijk op zo’n brullende beest machine te moeten zitten de hele dag. Het werk gaat vlug, maar wat doet dat oorverdovend lawaai met je energie?

In een klein dorpje word ik, als ik bij het huis van de pastor aanbel, hartelijk binnen genodigd. Hij zet thee voor me in een morsige keuken, de huishoudster is op vakantie en vertelt dat hij uit polen komt en invalt voor een collega. Hij zal de voorbede voor de vrede in drie kerken die hij bedient inbrengen en zal ook bidden voor mijn behouden aankomst in Jeruzalem en thuis. Het is een vreselijk dikke oudere man, die me honderd uit vraagt over mijn huiselijke omstandigheden en de motivatie voor de reis. Hij wil dat ik naar een bedevaartplaatsje loop, waar de heilige Grain, kluizenaar, in de middeleeuwen, middeleeuwse wonderen verrichtte, maar dat is 15 km naar het westen. Dat is bijna een dagreis voor mij. Hij heeft daar zelf jaren geleden als pastor "gestaan". Ik durf te zeggen dat ik het niet wil doen. Dat het helemaal de verkeerde richting op is. Tot afscheid geeft hij mij de priesterlijke zegen en zijn adres in Polen. Hij belooft dat ze in zijn kerken voor mij zullen bidden. Voor de vrede toch zeker? Zeg ik verschrikt. Nou ja, zegt hij, van de erfzonde blijven we nou eenmaal altijd last houden.

Achteraf had ik moeten reageren dat dat eigenlijk een onchristelijk standpunt is. Maar toen liep ik alweer door het bos met twee bollende zakken waarin appels zaten, van hem gekregen.

Vrijdag 11 augustus 2000 Ober Meisling-Krems a/d Donau

Het koren is rijp. En de bramen beginnen nu ook. Gisteren liep ik te lang door omdat ik op de steile heuvel geen goede kampeerplek kon vinden. Uiteindelijk moest ik- het was al donker- in het overgroeide wagenspoor gaan liggen, zonder tent, gewoon in mijn slaapzakje. Wat een prachtige sterrennacht! Een wassende maan, die alweer gauw achter de heuvel verdwijnt en de laatste sporen van de meteorenregen waar de aarde rond 9 augustus altijd doorheen gaat. Drie vallende sterren heb ik gezien met hele lange staarten. "s ochtends was de slaapzak kletsnat van de dauw, maar het was toch warm geweest ’s nachts! En ik bleek tussen de rijpe bramen te liggen, heerlijk ontbijtje dus! Er gaat toch niets boven onder de blote hemel slapen, maar het is zo nat nog. Het kan eigenlijk hier nog niet.

Vandaag liep ik over een bergkam vol met reemd gevormde rotsblokken, waartussen en op allerlei bomen groeiden. Vlakbij het het "heimliches Gezicht" groeien er massa’s wolfskers. Een uiterst giftige plant, die ik nog nooit in het wild heb gezien, alleen maar op een plaatje. Het is een van de ingrediënten voor de heksenzalf, waarmee heksen de hallucinatie opriepen dat ze op bezemstelen naar e "Bochesberg" vlogen. Een bes schijnt al de dood te veroorzaken! De plant ziet er krachtig en wat dreigend uit. Nog een krachtplant die ik vandaag gezien heb, staat gewoon in bloempotten bij de dalbewoners: "de datura plant", beroemde plant uit de lessen van Don Juan. Hij is van een bepaalde decadente verfijning, die aan de morbide Jugendstil prenten van Anbray Beardsby doen denken. Niet alleen wolfskers heb ik gezien maar ook, wilde cyclamen. Gewoon op het bospad!

Net zoals in de winkel, maar dan in het klein. En dan al die muntsoorten, veel ervan heb ik toch nog nooit gezien. Twee flinke slangen zag ik nog vandaag. Een dobbelsteenslang en een andere, die op het bospad lag en flink naar mij siste. Hij had strepen in de lengte over zijn lijf.

Zaterdag 12 augustus. Krems.

Ik heb toch last van mijn achillespees, ik moet een dag rusten. Ik vraag in een new-age winkel of iemand mij naar een magnetiseur of zo wil verwijzen. Ik krijg drie adressen van Reiki mensen. De laatste is thuis als ik hem bel. Wat een lieve man. Hij begint me onmiddellijk door de telefoon te behandelen. En als mijn muntjes op zijn ontmoeten wij elkaar in het park bij de fontein om de behandeling voort te zetten. Het is wat veel mensen een "zweverige man" zouden noemen, maar met heel veel liefde in zijn ogen. Er gebeurt echt iets in mijn systeem. Ten eerste gaat mijn hart weer open (het was alweer dichtgegaan) en werkt mijn intuïtie weer beter. Hij geeft een uitstekende verklaring voor wat er met me gebeurt en mijn spirituele blokkade. Door mijn voortdurende lichamelijke activiteit, die eigenlijk ongewoon voor mij is, heb ik mijn rechterkant uitstekend geactiveerd. Gevolg is, dat ik uit evenwicht ben, teveel wil doen en te weinig ontvankelijk kan zijn. Ik ben door het voortdurende willen teveel in mijn ego terechtgekomen en ben wat uit mijn evenwicht. Ik moet nu en goede balans vinden tussen droom en daad. Mijn achilleshiel zegt dus dat ik moet rusten. En ik doe al zo weinig! En ik heb zo’n zin in dat lopen. Ja, dat is het juist.

Hij wil niets hebben voor zijn uitgebreide sessie en geeft mij een plaatje van Sri Martaji. Een Indiaanse meester(esse) die ik onsympathiek vind. Ja, dat moet ook zegt hij, voel je weerstand maar. Ja. Misschien wel. Mijn voet voelt daarna heel goed aan, licht en vrij, tegen de avond is dat al weer minder. Maar zoals hij zegt: ik moet het zelf doen! Verder voelt hij blokkades bij mijn enkels en mijn schouders. Dat is hetzelfde zegt hij, wat betreft de enkels, daar wil je teveel doen en de schouders dragen het schuldgevoel als je voor je gevoel te weinig doet. In ieder geval, vandaag sta ik op een camping bij de Donau en rust ik. Ik voel alweer hoe chagrijnig ik daarvan word. Nou, daar gaat het dan juist weer om.

Zijn er nog verdere avonturen te vertellen? Jazeker!

Gisterenavond mocht ik na het vragen om het avondwater in de tuin kamperen bij mensen. Ook hier werd ik voor een grilfeest uitgenodigd, waar de buren ook al bij waren. Dezelfde gastvrijheid als bij de Bayern en de Tsjechen, maar toch was het weer anders. Veel mannen werden ook hier goed dronken, maar de vrouwen ook (niet allemaal), muziek gemaakt werd er niet. Wel vond ik het opvallend dat er veel lichaamscontact gemaakt werd – ook met mij- tussen alle mensen, mannen en vrouwen, wel en geen echtelieden. Best wel flirterig, maar niemand nam er aanstoot aan en dus ik ook maar niet. Er was wel een opvallende warmte en hartelijkheid, de gastvrouw houdt mijn hand vast en de buurman geeft een zeer stevige aai over mijn blote dijbeen en vraagt of er plaats voor hem is in de tent vannacht. Ik vind het leuk om zo vlot opgenomen te worden.

Zondag 13 augustus

Vannacht stond ik op een campinkje bij Krems. De bijna volle maan schijnt over de brede Donau, het water stroomt voorbij met grote snelheid, stroomt over mijn enkels. Ik sta in het donker op de laagste trede van een trapje dat in het water afdaalt. Ver weg, aan de overkant, staat een door schijnwerpers verlicht klooster op een beboste heuvel.

Het is allemaal even prachtig en ik ben niet gelukkig. Vanochtend, na een vochtige hete nacht, ga ik op het geluid van de luidende kerkklokken af, uit een voorstadje van Krems, Stein. Ik heb behoefte aan orgelmuziek en zingen en een paar goede woorden. Het geluid leidt me de camping af, over een stukje snelweg, dan een steegje door naar een brede binnenstraat. De middeleeuwse en renaissance huizen rijen zich aaneen, allemaal weer anders. Muurschilderingen, graffito, kantelen en barokkrullen.

Aan het einde van de straat zie ik de kerk waar de klokken luiden voor de mis van 9.00 uur en rechts, op het een na laatste huis voor de kerk, de naam van de man die ik gisteren in het park gesproken heb. In de kerk speelt het orgel. Ik pak een gezangboek, want o, wat heb ik een behoefte om mee te zingen. Maar het is zoals in de paasnacht. De nummers zijn wel gegeven, maar zodra ik ze heb opgezocht en enigszins begrepen heb waar het overgaat zijn ze alweer uitgezongen. Een coupletje maar per lied. Tussendoor ook nog veel andere zagen, die uit het hoofd worden gezongen. En ik voel hoe ik woedend word, razend! Ik weet ook dat die woede helemaal niet op zijn plaats is. Ongelukkig ben ik met mijn prikkelbaar zijn, nee geen pre menstrueel syndroom…) Als ik hier zo woedend zit te zijn, wat doe ik hier dan eigenlijk. Ik kies er dan maar voor om heerlijk te gaan huilen uit teleurstelling. Dat is beter, doet mij goed en niemand kwaad. Allemaal overgeactiveerde rechterkant.

Er worden misschien wel goede woorden gezegd, maar voor mij zijn ze –Duits, met sterk Oostenrijks accent- net zo onverstaanbaar als Tsjechisch.

Na de mis wandel ik, toch wat rustiger, door het wonderschone stadje, overal wijnproeverijen, een beetje slordig stadje is het ook. Daar houd ik wel van, dan durf ik aan te bellen bij F.L. Gisteren nog, nodigde hij mij uit voor een meditatie als ik er zin in zou hebben en nu sta ik "toevallig" voor zijn deur. Ik waag het er maar op. Hij doet open in pyjama, op de achtergrond een vrouwen stem en kabalende kinderen. Hij is heel erg blij om me t zien en nodigt me, zonder enige valse schaamte over zijn pyjama, uit in zijn uiterst zonnige werkkamer (door elkaar liggende computeronderdelen en paperassen) en in zijn meer harmonieuze meditatieruimte, met zachtroze altaar voor Ganesha. Een uur lang praten we, mediteren we, geeft hij mij een behandeling met kamfer en brandende kaarsen. Mijn haar vliegt van achter even in de brand. Dat is en goed teken zegt hij. Vuur achter het hoofd is het verbranden van overtollige voorbije zaken. Hij vertelt dat Jezus het voorhoofdschakra geopend heeft van alle mensen en ik voel dat dat waar is. In oude Christelijke taal: hij heeft voor alle mensen de poort naar de hemel ontsloten en in het menselijk lichaam is het voorhoofdschakra de poort naar het kruinchakra, waar de mens contact met de hemel heeft. Dit weten loopt synchroon met mijn ervaring in Lilbosch en met verwijten uit vroegere groepsbijeenkomsten dat ik mijn kruinchakra gesloten houd uit koppigheid. Kop=hoofd.

Aan de andere kant: is de poort naar de hemel niet het hart? Maar dan voel ik nu, nee, dat is de poort naar het aards paradijs, waar verzoening en verlossing is en vandaar kom je dan naar de hemel.

Ik kom rustig en meer in evenwicht bij hem vandaan, tevreden met alles. De woede en prikkelbaarheid zijn weg en ik kan weer wat meer loslaten. Ik ben net op tijd terug op de camping om mijn tent in te pakken en op weg te gaan, richting Wenen, langs de Donau. Onderweg ben ik in dit parkje neergezegen om deze brief te beëindigen.

terug


© Copyright 2000-2008 Johanna van Fessem . Getypt door Adrie van den Hoek, secetares van Johanna. Web Design : Ales Vanek.

Laatste update: 30 IX 2008