3e verslag van de voetreis van Johanna.

Boppard, 2 mei 2000. Dinsdag.

Ik begrijp niet waarom de ene keer 24 km met gemak kan en de andere keer totaal niet. Gisteren had ik een makkie (dacht ik), lekker langs de Rijn lopen van Koblenz naar Boppard. Het was prachtig, Schitterend, heel weinig klimmen en dalen. Maar (mag ik even hypochonderen?) Mijn knie, mijn heupen vreselijk, en iets nieuws! Mijn voeten zijn in uitstekende conditie, maar boven mijn enkels begint het vreemd te zwellen. De huid wordt gevoelig en er komen rare rode vlekken op, wat is dat nu weer!

Sankt Goar, 20.15 uur. Op camping aan de Rijn.

Dit is de derde dag dat ik langs de Rijn gelopen ben. Vandaag maar weer eens kalm aan gedaan, 16 km en ik ben uitgeput. Wat een hitte! 's-Ochtends kom ik slecht op gang, moeiig, rillerig, zweterig. "s-Avonds gaat het wel beter. Ik zit naar de ondergaande zon op de Lorelei te kijken: "Sie kaemmt ihr goldenes Haar". De Rijn stroomt hier heel vlug en schepen moeten snel deze vooruitstekende rots ronden als ze er niet tegenop willen varen. De Lorelei, die hier volgens traditie zat, was een schone sirene, die de schippers afleidde, zodat zij tegen de rots zouden botsen en zinken.

Verder geen nieuws, tenzij dat er nu donderwolken beginnen op te komen, waarvan ik hoop dat ze over mijn hoofd voorbij zullen trekken.

Donderdag 4 mei, 12.45 uur.

Er barstte een prachtig onweer boven mijn hoofd los. Ik kon nog net op tijd mijn extra plastic tent over mijn tentje trekken. Ik ben redelijk droog gebleven.

In de Eifel heb ik veel oudere weduwen ontmoet, die over hun leven en hun verlies vertelden. Hier in het Rijndal ontmoet ik voor de derde keer mannen zonder partner. Ik ben voor mijn 52e nog aardig in trek. En, anders dan vroeger, toen ik nog jong en sappig was, word ik -tot nu toe- heel respectvol en prettig benaderd, waardoor ik die mannen ook weer leuker vind. De ene voelde zich zo bemoedigd, door mijn plannen,dat hij nu in zijn eentje een flinke fietsvakantie gaat maken.

En gisteren sprak me een heel veel warmte uitstralende korte dikke man, 68, in een gele camper me aan op de camping. Ik heb samen met hem ontbeten. Hij had broodjes gekocht en koffie gezet om me in zijn camper te lokken, en dat is gelukt. Allemaal spreken ze over de eenzaamheid, de weggelopen partners, de ongeschikte partners. De mannen hebben het moeilijk met het alleen zijn. De vrouwen spreken over de pijn van het verlies, die altijd blijft.

En ik? Ik ben alleen, in mijn leven niet uit vrije keus, maar wel verzoend. Op deze reis wel uit eigen keus.

Ik sta gekampeerd op een heuvelweitje aan een bosrand vlakbij een Mariakapelletje. Er komt een -ja- een echte boer met hooivork langs. Groene wei en tegen de blauwe lucht afstekend een blauwe broek, lichtblauw hemd, strohoed, hooivork, een beetje dik. "Haben Sie denn kein angst so mutterseele allein?" "Aber die große Mutterseele ist doch bei mir!"

 

 

5 mei, vrijdag 2000. Roxheim. Bij Bad Kreuznach.

Zo, de gevaarlijke planetenconjunctie, die gisteren en vannacht op zijn hoogtepunt was, en die volgens de astrologen veel zou gaan bewegen in de mensenzielen, gaat weer een beetje dimmen. Ik heb er weinig van gemerkt.

Ik zit hier te kijken naar de zon die op het punt staat onder te gaan, achter de bergrug van het Soonwald. Uitzicht op drie dorpen. Als hij onder is ga ik mijn tentje opzetten. Morgen krijg ik de zon vol van de andere kant.

Wat vervelend, nu is er toch een jogger langs gekomen om 9 uur. Hij keek weliswaar krampachtig de andere kant op, maar toch moet ik nu een andere plek opzoeken, want ik vind het niet prettig, dat iemand nu weet waar ik kampeer.

Het gras wordt steeds hoger en staat nu tot mijn middel. Wat vreselijk om het plat te drukken met al die bloeiende kruiden, waps, tentje erop, en al die beestjes, zo zielig! Ik heb even mijn zonnepetje afgezet en onmiddellijk begint een spinnetje haar webje in de bol te weven.

6 mei, zaterdag.

En wat een vocht en een dauw brengt dat lange hooi voort! De tent, slaapzak, rugzak, haar, alles is 's-ochtends doornat en het was nog wel zo'n prachtige droge sterrennacht.

"s-Middags ben ik net te laat in Bad Münster am Stein, om voor het weekend eten in te kopen. De winkels sluiten op zaterdag al om 14.00 uur. Ik ga van arren moede maar in een restaurantje eten. De eigenaar blijkt een Pakistani te zijn. Hij vertelt dat sommige mensen uit Pakistan de "Hadj" naar Mekka ook te voet doen en gedeeltelijk per boot. Zijn wens voor Jeruzalem: dat iedereen vrij toegang zal hebben tot de heilige stad en de heilige moskeeën. De Rotskoepel moskee is de oudste moskee, die als zodanig is gebouwd, 7e eeuw en draagt al vele kenmerken, is eigenlijk een blauwdruk , van de vele moskeeën die daarna gebouwd zijn.

Hoe zat het nu eigenlijk?

In mijn hoofd zitten de volgende gegevens:

Als dit allemaal niet correct in mijn hoofd zit, s.v.p. verbeteren.

Als ik het nou globaal bekijk, heeft Israël als natie in Israël gewoond van ca 1000 voor Christus tot ca 200 na g.j. Dat is dus 1200 jaar. In 600 kwam de Islam, tot 1900, dat is 1300 jaar. Nou moet je niet op 100 jaar kijken. Wat betreft de lengte van dagen van aanwezigheid hebben zowel de Joden als de Islamieten evenveel rechten om er te wonen. Hoe lang, overigens, zaten de Jebusieten er al voor David ze overwon? Wie moet daar nu de baas zijn? Wie het weet mag het zeggen..

Zondag 7 mei 2000, 15.30 uur, Alsenz aan de Alsenz.

Vanmorgen ter kerke in een net gerestaureerd Lutheraans kerkje uit 1690. Hochstätten aan de rivier de Alsenz/Rheinland Pfalz, is een Lutheraanse enclave in een Roomse omgeving. Het kerkje is als protestants bedehuis gebouwd en versierd met net genoeg vergulde barokke ornamenten om mooi en eenvoudig te blijven. De muren zijn gedeeltelijk lichtblauw gemarmerd zoals dat in die tijd werd gedaan. Witte hoge kerkbanken, waar alleen mijn hoofd bovenuit komt. Een juweeltje van een orgel, zowel qua geluid als hoe het er uit ziet. Zonlicht valt schuin naar binnen op grijze en blonde haren. Het is Goede Herderszondag en veel teksten zijn uitgezocht op dit thema: Er bestaan wonderen en heb maar vertrouwen in de nieuwe wegen die God je laat zien. Het is precies wat ik op dit moment nodig heb om mijn wegebbende motivatie te reactiveren.

Een jonge dominee heeft een doorwrochte preek. Daarom versta ik er maar de helft van zijn Duits. Die Roomse preekjes, daar heb ik geen moeite mee, een kind kan de was doen, maar vandaag moet ik goed opletten wil ik er iets van meenemen.

Na de dienst vraagt de dominee, die aan de deur handen staat te schudden, waar ik naar toe ga. Ik vertel het hem, maar hij moet doorgaan met handen schudden. Erna komt hij uitgebreid informeren, en plotseling moet ik huilen als ik de citaten uit Jesaja noem:"De sluier die over de naties ligt", en dat ik hoop dat dit jaar daar iets aan verscheurd kan worden, en dat ik daar ieders gebed voor wil vragen. "Wat jammer dat ik dat niet wist, het had prachtig in de dienst gepast". Hij luistert echt, ik moet niet voor niets huilen, ik vind ter plekke de verbinding met het doel van mij reis terug. Hij neemt mijn visitekaartje aan en belooft het thema in de gemeente ter sprake te brengen.

Later zit ik met drie gemeenteleden, een echtpaar van mijn leeftijd en een oudere vrouw onder de dorpslinde het thema verder uit te diepen. Daarnaast vertellen veel over de oorlog, hoeveel mensen het dorp verloren heeft. Hoe groot het enthousiasme was voor het nieuwe elan van de Nazi's, en hoe groot de teleurstelling, de verwarring toen er andere zaken aan het licht kwamen, de Kristalnacht; er waren niet veel Joden op het dorp, maar genoeg om iets mee uit te halen. Ik durf niet te vragen wat. Ik vertel wel hoe mijn kennismaking met het Jodendom / Talmoed mij heeft verrijkt en miijn eigen geloof heeft verdiept en gecompleteerd.

Ik heb nog niet ontbeten en vraag of hier een restaurantje is en of de bakker hier ook zondagochtend open is. Daar krijg ik al twee dikke verse boterhammen met zure zult en een stuk Kasekuchen toegeschoven. Ik heb meteen alles opgegeten; zure zult uit iemands hart is niet te versmaden, ook voor vegetariërs niet.

Als ik zo eens luister hier en daar onderweg, wordt er heel veel vlees gegeten, maar meestal van eigen varkens. De beide huismoeders spreken van eigen slacht en veel werk. Een diepe zucht, maar ook fijn om te doen!

En hier zit ik dan. Op een terrasje. Ik heb al ijs, sla, bier en aardbeientaart op. Om me heen zit een groep Naturwanderer. Een oudere heer, enthousiast orchideeenspecialist, bestaat het te zeggen als hij hoort, dat ik uit Den-Haag kom: daar was ik ook toen ik 17 was. In 1945, bij de Luftwaffe, dat was een mooie tijd. "Voor ons was het geen mooie tijd", zeg ik nu nijdig. En van zijn luchtige mededeling dat hij op die leeftijd nog van niets kon weten, mag dan wel iets kloppen, hij maakt zich er te makkelijk vanaf. Een mede-naturwanderer van de zelfde leeftijd, staat er wat ongemakkelijk en gegeneerd bij.

Een beetje kwaaiig over zoveel botheid, zal ik straks om 5 uur, als de ergste hitte weg is, de wilde orchideen op de berg gaan bekijken. Zijn orchideeen.! Met zulke ideeen heeft ie het recht niet om naar orchideeen te kijken!

Toen ik voor het eerst in Duitsland was in 1961 met 13 jaar, zag je veel oorlogsinvaliden, mannen met geamputeerde armen en benen, blind enz. Dikwijls ook nog uit de eerste wereldoorlog. Die zie je niet meer, die zijn nu allemaal dood.

Zoveel zou ik nog kunnen schrijven,

De velden met uitlopende wijnstokken, de hitte daartussen. De moeizaamheid om goede kampeerplekken te vinden. De kabouter in de eikeboom. Alle ontelbare bekende en onbekende bloemen; mijn gevecht om zacht te blijven in dit tüchtige land. De vriendelijke Rijnlanders. Plotselinge instructies van mijn intuïtie: ga dit pad niet in! Ik heb gehoorzaamd, maar weet niet waarom. En dat de aarde hier rood is schreef ik ook nog niet.

Woensdag 10 mei 2000, 16.45 uur, 5 km voor Worms.

In deze bloedhitte, prachtige, volle, groene, bloeiende bloedhitte, moet ik elk uur wel 20 minuten rusten. Dit is vlak land, de Rhein-Ebene, dichtbevolkt, maar er zijn steeds heerlijke aarde-en graswegen om over te lopen. Ik loop langs de Pfrimm. Ik hoor wielewalen :"Dudeljo" zingen, echt waar!

Maandag 8 mei kwam ik tegen de avond bij de Donnersberg aan. Dat is een berg van 687 m, die er op de kaart uitziet als een slakkenhuis, en die sterk op blijkt te rijzen uit het omliggende, veel lager gelegen land. Ik had het gevoel dat het een krachtplek moest zijn en had me er half op verheugd en half tegenop gezien. De dagen ervoor had ik al vervelende namen op de kaart kunnen ontwijken, zoals: Galgenberg en Galgenwald, zodat ik daar in ieder geval mijn tent niet zou moeten opzetten. ('s-Nachts op een voormalig Galgenveld!!!) Maar nu kwam ik er toch voor te staan. Wat lees ik plotseling op de kaart. Ik moet langs Mordbach, Mordkammer. Er is een enorm Keltisch oppidum bovenop en een hoge rots, Köningstuhl geheten, heel bekend. Het wordt al wat donker. Ik wil liever in het liefelijke dorp Mariënthal blijven, dat onder aan de Donderberg ligt. Er is een "Zimmerfrei". Misschien is dat niet zo duur! Maar DM50, nee daar heb ik geen zin in met dit mooie weer. Ik leef toch al ver boven mijn begroting.

Het is halfnegen 's-avonds als ik toch naar boven ga, verder ga. In de schemering komen me als maar enge verhalen voor de geest, zoals wat er op de berg allemaal fout zou kunnen zijn. De oude Kelten waren vast zo braaf niet, het waren koppensnellers, eerst snelden ze echte en later maakten ze ze van steen en laadden ze op met magische kracht , zo gaat in ieder geval het verhaal.. Bij de Köningstuhl hebben misschien de Nazi's hun zwart-magische rituelen gehouden. Dit is vast een heel enge plek , maar ik kan hier beneden ook niet blijven, langs de weg. En helemaal omlopen klopt ook niet. Ik mag niet voor mijn eigen enge hersenspinsels gaan omlopen. Dus ik ga toch de berg op. De paden draaien zo alsof ze de draaiingen van het slakkenhuis volgen. Van onder naar de top, van buitenaf naar het centrum. Ik moet hier kennelijk toch wezen, want ik zie geen redelijke mogelijkheid om ergens anders naar toe te gaan. Dan krijg ik een reddende gedachte: "Vision Quest," daar gaan de mensen ook alleen de berg op, om zichzelf tegen te komen. Ik kom voorbij Mordkammer, maar ik hoor mijzelf zeggen: wat is het hier prachtig, wat is het hier lief! . Aan de holle weg staat een aantal beukenbomen in de hoge berm. Een ervan strekt haar gave serene assepoestervoet uit. Is het een stukje stam of is het al een wortel?

Nee het is een beeldschone slanke beukenboom met een huid als satijn, zonder één oneffenheid en ze heeft een voet, geen wortels. De wreef vraagt er gewoon om aangeraakt te worden, ik streel haar gracieuze voet en krijg zoveel energie, dat ik niet kan ophouden met haar te strelen. Een andere beukenboom heeft aan zijn wortels een kommetje gevormd waarin water bewaard kan worden. Zo'n uitnodigend kommetje, ik moet er gewoon een bloemetje in leggen. Ik ga verder omhoog,. Wat is dit een fijn lief bos. Tegen dat het donker wordt vind ik eindelijk een enigszins waterpas plekje om de tent op te zetten.. Die nacht is het droog, de maan begint al een sikkel te vormen. Het is warm. Er zijn geen muggen hier.

's-Ochtends ben ik vroeg wakker door het vogelgezang. Op de bosgrond is alles droog gebleven. Ik pak dus blij mijn nog kurkdroge tent in. Bij mijn kampeerplek ligt een steen met ook al een uitnodigend kuiltje erin. Ik maak er een medicijnwieltje omheen met stenen die er omheen liggen. Richting Z.O. ligt Jeruzalem, ik hou een kleine meditatie en op het moment dat ik op zijn Indiaans een plukje tabak verbrand, waarvan de rook opstijgt: "als een aangenaam reukoffer voor het aangezicht des Heren" schijnen opeens de eerste stralen van de opgaande zon op mijn handen. Ik voel me dankbaar voor dit zinvolle toeval.

Door het vogelzingende ochtendbos loop ik langs de Keltische resten naar de rotstop. Wat een prachtig uitzicht over het land, waardoor ik hierheen ben komen lopen. Nog steeds is de sfeer sereen, licht en speels. Ik ontbijt, van het uitzicht genietend. Daar komt een klas luidruchtige schoolkinderen naar boven. Het is pas kwart over 8, die zijn vroeg! Speels zijn ze ook, we komen het vuil opruimen, zeggen ze. Terwijl ze met grote vuilniszakken slepen en elk sigarettenpeukje van de grond oprapen. Als dolle ijverige kabouters lopen ze met hun neus naar de grond te kijken.

Ik ga verder, ik voel me ook licht en sereen. Nu de Donderberg weer af. Ik heb het adres van een vrij nieuw vrouwenklooster dat onder aan de Donderberg zou moeten liggen, "kloster Getsemani". De E8 (lange afstandswandelpad) loopt er pal langs.

Ik moet nog steeds moed verzamelen om met mijn verhaal en mijn vraag op mensen af te stappen, maar deze keer is het wel gemakkelijker omdat er net een zuster uit het gebouw komt die me een stralende glimlach als welkom schenkt, zodat ik een even brede grijns op mijn kakement voel verschijnen. Ik mag mijn verhaal vertellen aan zuster Martina, gastenzuster, in het Nederlands, want zij komt uit Limburg, Sittard . Ik krijg verse koffie, 2 stukken vruchtentaart, chocolade biscuitjes, het kan niet op.

Mijn verhaal krijgt een goed en belangstellend onthaal. De abdis komt ook meeluisteren. Ik mag de middagdienst in de kapel meemaken. De sfeer in het klooster is licht en sereen, net als op de Donderberg.

De kapel is een eenvoudige ruimte in het voormalig kindertehuis, waarin het klooster is gevestigd. Om voor het gebed op te roepen is er een klokkenstoel van glas en staal op de binnenplaats opgericht. In de ruimte staat een altaar, daaromheen meditatiebankjes model Findhorn en wat hogere stoeltjes om op te zitten en te knielen.

Er zijn 6 zusters in habijt, waarvan 1 novice in het wit en 1 postulante in het grijs. Het koorgebed van de vrouwen is totaal anders dan van bijv.de mannen in het limburgse klooster. Het is licht, melodieus, soms wat aarzelend. Mijn meditatie kan hier heel diep gaan. Met een gevoel van spijt merk ik dat het al is afgelopen.

In de gastenkamer is er voor mij warm middageten klaargezet. Met heel veel verse spinazie erbij. Wat een verrukking, gekookte groente! Dat heb ik lang niet gegeten.! Ik eet alles op. De zusters komen afscheid nemen, zuster Martina geeft mij een gebedsstrookje mee voor Jeruzalem en zegt dat ze in het klooster voor mijn intentie zullen bidden, maar ook voor mij. Ik verlaat ingelukkig het klooster. De diepe meditatie nog in het hart, de heerlijke spinazie nog in mijn buik, het gebedsstrookje in mijn paspoort en de liefdevolle belangstellende ontvangst van de zusters in mijn herinnering.

Ik lijk rond Worms te blijven steken, een beetje wormstekig lijk ik dus… Woensdag middag 10 mei belde ik aan bij de Evangelisch Lutherse gemeente in Monsheim. Mijn verhaal werd zo enthousiast ontvangen door de vrouw die daar het secretariaat voert dat ze me vroeg een voordracht te houden voor de vrouwenkring van de gemeente. Dat heb ik gedaan en ook hier kreeg ik enorm veel respons en ook financiële steun, wat heerlijk is voor mijn onderneming en heerlijk voor mij. Ik heb gelogeerd bij de organisatrice, fijne gesprekken gevoerd en ze zullen met zijn allen bidden voor mijn intentie en voor mij. En dat ze kunnen bidden heb ik gemerkt. Ook verbaas ik me over het redelijk hoog gehalte van milieubewustzijn. Spaarlampen, gescheiden afval, selectief autogebruik, spaarkop douche, zuinig verder ook met water. Midden tot links georiënteerd politiek bewustzijn, nee, misschien moet ik meer zeggen sociaal / politiek bewogen. Voor de ecologische kant van het verhaal was er dus ook oor, minder voor de spirituele kant hiervan.

Worms. Daar logeer ik in het natuurvriendenhuis, prachtig gelegen aan de Rijn. Het eerste dat ik donderdag 11 mei deed is naar het postkantoor gaan om mijn brieven op te halen. Zes heerlijke brieven lagen op me te wachten en nog 10 berichten op email en homepage. Ook onbekenden beginnen nu te schrijven.

Worms, de stad van onverwachte thuiskomst, van brieven van thuis, van steun en liefde. Stad van een intrigerende en bijzondere Romaanse Dom en een Liebfrauen kirche die specifiek iets in mij wakker maken van thuiskomst, van een vreemde onverwachte bekendheid.. De Dom waarin de keizers van het heilige Roomse Rijk gekroond werden. Stad waar St. Maarten gevangen heeft gezeten. Stad waar Hildegard van Bingen werd geboren. Stad van het Nibelungenlied, dat ik heb gelezen toen ik een jaar of 14 was. Diep was ik onder de indruk van het noodlot dat zo met geluk omspringt.

Het bekende verhaal van de held Siegfried, zijn koning Gunther, de vazal Hagen. En de twee echtgenotes van Siegfried en Gunther, Kriemhilde en Brunhilde.

Door kuiperijen, verwaandheid, jaloersheid hebben Siegfried, koning Gunther, Hagen en consorten, deze twee vrouwen, diep verwond. Zij hadden daar geen antwoord op en zijn i.p.v. met hun echtgenoten, met elkaar de strijd aangegaan, met als gevolg totale vernietiging van de familie.

Ridder Hagen, koning Günthers vazal, gooide de Nibelungenschat, eigendom van Kriemhilde, in de Rijn bij Worms.

Dat betekent een afzinken, een onder de water bewustzijns spiegel verdwijnen van een stralende warme vrouwelijke kwaliteit. Dit gedicht is in de 11e-12e eeuw geschreven. Precies de tijd dat de laatste resten van het Matriarchaat verdwenen en een andere, onschadelijke vrouwenfiguur- Maria, vereerd ging worden.

Bruinhilde, die sterke Walkure, die bedrogen en bestolen is door Koning Günther en Siegfried, (hij stal in dienst van Gunther, haar maagdelijkheid en haar gouden tovergordel - symbool van vrouwelijke bekkenkracht -) Brunhilde, krachteloos gemaakt door haar verliefdheid kreeg koning Gunther in de maag gesplitst, die ze verrachtte. Het enige, dat er voor haar overbleef was haar status van koningin.

Kriemhilde, die gekwetst was door de ontrouw van Siegfried en jaloers op de status van Brunhilde nam wraak op haar i.p.v. op haar man en zette zo het wiel van vernietiging in beweging .

Vrouwen van hun kracht ontdaan, door strategie, zelfzucht en hoogmoed van mannen.

Na een bloedhete dag zat ik daar 's avonds in het donker aan de Rijn over na te denken. In de verte kwam een onweer steeds dichter bij. Het licht van de lampen op de Rijnbrug spiegelde in het water en ik verbeeldde me, dat ik daar diep beneden het Rijngoud zag blinken. Ik was nog steeds geraakt door het oude verhaal, door die niet tot stand gekomen echte verbinding tussen vrouwen en mannen.

De hele dag was het al onrustig in me, en daar breekt het onweer los, met bliksemflitsen die ik tot ver over de Rijn kan zien, met zware slagregens en mijn eigen tranen als ik zie hoe daar voortdurend wel een verbinding gemaakt wordt tussen hemel en aarde, woedende gewelddadige verbinding, bliksemflitsen, die in het water geworpen worden zoals het Nibelungengoud. Het gebeurt net zolang totdat er weer harmonie is, een hele nacht lang onweer, knetterend lichten, donder en regen. Mijn raam in het Naturfreundehaus blijft open, totdat de hemel weer op aarde rust, zoals een man op zijn vrouw.

Dat lied, dat beklemt me, vrouwen kiezen voor hun oneerlijke mannen, omdat ze niet zonder hen kunnen, omdat ze bij hen die verbinding vinden, waarvan ze denken, nee, weten dat ze er niet buiten kunnen., i.p.v. voor waarheid en rechtvaardigheid te kiezen. Zo, diepe zucht. Ik heb de boodschap begrepen.

In de Dom van Worms kom ik onverwachts de 3 matrones weer tegen. Bij het bezichtigen van de oude doopvont blijken ze plotseling in hautrelief achter me tegen de kerkmuur te staan. De drie vrouwen bij het graf van Jezus staan op ongeveer dezelfde manier afgebeeld als die keltische godinnen op hun wijsteen bij Pesch in de Eifel. Er gaat een schok door mij heen als ik ze zie. Dat ik daar nooit aan gedacht heb. Dat drievoudige vrouwelijke archetype werkt natuurlijk ook in het Christelijke door. De drie vrouwen bij het graf, bij de mond van de dood. Leven, sterven, wedergeboorte. Prachtig. Ze zeggen mij streng om zo door te gaan. Het gaat goed, Ze staan achter me.

Vrijdagochtend 12 mei, na het onweer.

Ik ga naar de synagoge. De oudste van Europa, Romaans, 11e eeuw. Vernietigd gedurende kruistochten, 11e eeuw, opnieuw vernietigd in de 14e eeuw doordat joden de schuld kregen van de pest, in 17e eeuw bij algehele vernietiging van de stad. 1938, Kristalnacht. Nu weer opgebouwd. Ik ken een mooie foto waarin het zonlicht door de vensters tussen de pilaren valt. Synagoge voor de oorlog. Raschi, grote Joodse leraar, studeerde hier aan de wereldberoemde Talmoedschool. Ik heb thuis heel bijzondere muziek uit de 15e eeuw van de "heilige gemeinde Worms". Niet te vergelijken met andere muziek, ook niet met andere synagogale muziek. Dit is hier ontstaan.

De synagoge is open voor bezichtiging. In Worms zijn er te weinig Joden om een gemeente te vormen, maar de Joden van Mainz komen er dikwijls om Sjabbat te vieren. Ik sta daar in de nieuw opgebouwde synagoge en zie het zonlicht door de vensters tussen de pilaren vallen. Opeens, ik heb het lang niet gevoeld, doordringt me, als een zoete straal licht het uiteindelijke gevoel van thuis komen. In Worms als stad en specifiek hier, waar dit licht is en die muziek vandaan komt. Waar iets van dat licht de donkere Dom verheldert en me verzoent met het heidense Nibelungenlied.

Ik praat met de gids van de synagoge, hij is katholiek opgevoed, maar heeft grote belangstelling voor het Jodendom. Jammer dat de Wormsers niet weten dat hier zo'n groot licht is, vindt hij. Ze weten niets van de beroemdheid van deze synagoge. Uit alle hoeken van de wereld komen hier mensen naartoe.om op de "stoel van Raschi" te zitten. Ik vertel over de muziek. Die kent hij niet. Ik speel het voor hem op mijn blokfluit tussen de pilaren, voor de heilige Arke. Ik speel die hoge zuivere vrouwenstem na, die een aantal liederen op mijn bandje vertolkt. Het is goed voor mij hier in Worms.

Oldenwald. Auerbach-Bensheim, 15 mei woensdag 2000 12.20 uur.

Ik heb net een enorm stuk -net vers- Schwarzwalderkirsch achter de kiezen. Buitengewoon lekker,moet ik zeggen.

Ik ben vanochtend ingelukkig en geniet van alles. Ik heb net een goede kaart gekocht, waarvan ze in Worms zeiden dat ie niet bestond! Ik ga nu lekker de omwegen van de E8 afsnijden en dat stuk taart heeft me ook enorm goed gedaan. Overal barsten nu gele en rode rozen los, de vlier loopt ook uit en de meikersen (ik heb toch pas gisteren die bomen zien bloeien) bungelen tussen de takken. Het hooi wordt veel te hoog! Ik moet hele hooibergen platleggen voordat ik mijn tent kan opzetten. Erg vind ik dat. Waarom hebben de mensen niet gemaaid voor ik er aan kwam? Steekmuggen, ook 's avonds, maar 's ochtends niet. De maan is bijna vol. Rozen groeien naast mijn tent, ik zie ze in het maanlicht. Leven vanuit de volheid. O, wat klinkt dat weer grootsprakerig.

16 mei, dinsdag. Luidenfels.

Ik ben voor het eerst onderweg bedreigd. Door een oude dame. Ze begon eerst leuk: "Haben Sie denn kein Angst, zo ganz alleine" en toen ik zei: "meestal niet, de meeste mensen zijn aardig", begon ze met haar wijsvinger voor mijn neus heen en weer te zwaaien en op een dreigende toon te zeggen dat er vorige week nog twee vrouwen op het kerkhof waren lastig gevallen. Ik kreeg het gevoel dat ze het mijn verdiende loon zou vinden als mij dat ook zou overkomen!

Gisteren heb ik de eerste gemaaide velden gezien, de vogelwikke bloeit nu volop, de esdoorns zitten stikvol vlinderzaden, de lucht is vol kleine insectjes, een en al dansen en zoemen, en er zijn ook veel pollen, pollen, pollen! Allerlei soorten door elkaar en ik ben voor het eerst allergisch. Niezen, dikke ogen, verkouden. Ik kom nog steeds de mooiste dorpjes tegen waar auto wassende oudere heren vriendelijk mijn fles met drinkwater vullen. Het leven is goed, en goed, en goed, ook al is het 30° in de schaduw. Een lieve oudere dame tegenover de kerk drukt mij 6 mark in de hand en vraagt of ik voor haar wil bidden in Jeruzalem en als ik weiger, zegt ze, neem ze nou maar, de kloosters en de kerken krijgen al genoeg van me, ga er maar een ijsje van eten.

17 mei, woensdag Michelstadt, even voor 12.00 uur.

Wat een schattig Duits vakwerkstadje, sprookjesachtige kabouterenergie. Als kontrast ben ik hier weer bij een moskee geweest om voor gebed voor de vrede te vragen. Ik had er in een Turkse winkel de weg gevraagd . Nadat ik me had omgekleed -ik droeg bloot zonnehemd + shorts- brachten twee mannen me er naar toe in de auto. Jammer genoeg was er niemand bij de moskee aanwezig. Ik was nog even een beetje bang om bij ze in de auto te stappen, maar ze waren de hoffelijkheid zelve. Wat tot noch toe trouwens altijd mijn ervaring is met moslims. Of mijn familie dit wel goed vond, en of ik niets anders te doen had. Toen ik zei dat ze trots waren op me, schudden ze hun hoofd.

19 mei 2000, Walldürn, Oldenwald.

Vanochtend heb ik me laten inenten tegen de virusvariant van de tekenziekte. Ik plukte er weer twee van mijn lijf. Ik heb er om de dag wel een, het is niet te vermijden op een kampeertocht door de natuur. Tegen de bacterievariant kun je je enkel wapenen door goed op te letten en de teken binnen 24 uur van je lijf te plukken en daarna waakzaam te blijven of er een ring om oude tekenbeten ontstaan (4-6 weken). Dan onmiddellijk antibiotica nemen! Ik kijk elke ochtend zo goed mogelijk met een spiegeltje alles na, maar je kunt niet zo goed bij je rug. Ik ken nu al drie mensen die er ziek van geworden zijn, dat is best veel.

De tent staat deze avond al vroeg. Ik heb behoefte aan languit liggen. Een beetje koortsig? Inenting? Het was koud ook vandaag. Ik heb al mijn truien weer aangehad.

Gisteren liep ik te vragen aan de dieren: willen jullie alsjeblieft niet altijd van mij schrikken en hard weglopen als jullie me zien! Ik vind het zo erg dat jullie bang voor mij zijn! . Kinderlijk, maar waar.

Vandaag! Een weggetje (overigens loop ik nauwelijks nog over asfalt) met links en rechts wegvluchtende hazen, maar eentje blijft zitten terwijl ik stap voor stap dichter bij kom. Ik houd strak mijn loopritme aan, zodat hij weet waar hij aan toe is. Hij loopt niet weg! Hij drukt zich, kijkt me met zijn grote donkere linkeroog naar achter aan en blijft zitten als ik hem op een meter afstand passeer. Daar staat een ree, die rustig aan het eten is zonder dat ze me ziet. Ik blijf staan en beweeg niet. Af en toe kijkt ze op in de richting van de vreemde boom die er eerst niet was (ik heb mijn bosgroene trui aan) en gaat door met knabbelen. Toch vertrouwt ze het niet helemaal en slentert uiteindelijk weg. Ik zie 10 meter voor me uit twee reeen die elkaar door het bos en in de wei in cirkels achterna zitten. Die hebben me niet eens gezien! Uiteindelijk verdwijnen ze door een groen korenveld duikend en springend als dolfijnen in de golvende zee.

20 mei 2000, zaterdag. Gissigheid, 3 uur in de middag.

Vandaag is het koud. 10° C, ik heb bijna spijt dat ik mijn rode jack in de TweedeHands klerencontainer heb achtergelaten. Vannacht goed geslapen, maar sta op met hoofdpijn en ik blijf rillerig. De injectie van gisteren denk ik. Kalm aan vandaag. Zoiets brengt je wel uit je evenwicht! Gisteren ben ik over een tak gestruikeld in het bos en viel ruggelings tussen de varens. Gelukkig zat mijn rugzak ertussen. Daar ben ik dus genadig van af gekomen. Vanochtend glibberde ik -ondanks hoog profiel zolen- bijna van de natte stenen trap die beneden naar het riviertje voerde waarnaast ik kampeerde. Alles was nat, het heeft hard geregend vannacht. Ook de slaapzak was een beetje nat geworden.

Ik loop een beetje daas door het landschap vandaag, loop veel verkeerd. Mijn gewrichten doen weer zeer, daar heb ik een tijdje, met het warme weer, geen last van gehad. Voor het eerst voel ik: hoe ver ik nog moet". Anderzijds is mijn tekenangst aan het verminderen. Dat is gewonnen. Nog twee herhalingsinentingen (DM 73 per stuk)

Ik droomde iets moois: ik deed zo'n mooi rond gezond Duits brood in het tasje waarin ik mijn meditatie-servet met kristalletjes, bijbel, rozenkrans bewaar. Toen zag ik dat er witte lelies in het tasje zaten. Vertaling: brood is voor mij onderhoud, ondersteuning, dagelijks nodig. M.a.w. ik onderhoud de meditatie uren met goede regelmaat. Ik krijg er hemelse energie = witte lelies voor terug.

Ik heb nu al 880 km gelopen. Vanmorgen weer een interessant gesprek met vrouw met hondje, dat bang was voor mij met rugzak. Er is hier ook nog een hoop oorlogsleed te verwerken. Hoe mensen als kind het bos ingevlucht waren om het oprukkende front te ontwijken. Vader, moeder kwijt. Dagenlang alleen. Een andere vrouw vertelt: vader wou niet mee doen met de Nazi's, ze riepen hem op voor dienst. Hij wou onderduiken. Zijn vrienden haalden hem over om toch te gaan: "ze zetten je tegen de muur!" Drie weken later werd hij als vermist opgegeven. Tegen de muur gezet?

Sigrid, bij wie ik in Monsheim voor de vrouwengroep sprak, is een "Vertriebene" Dagenlang vluchten, opgejaagd worden uit Polen. Moeder met zes kinderen moest alles achterlaten. Zij was 8 jaar. Haar moeder telde alsmaar of alle kinderen er nog waren! Tot ze nog maar tot 5 hoefde te tellen. De baby is onderweg gestorven. Ik vertel de verhalen zoals ik ze van thuis heb gehoord, het onderduiken, de zwarte handel, de hongerwinter, de razzia's, de Jodenjacht, de angst voor de marcherende laarzen van de broeders en vaders van deze aardige dorpsmensen. Andere verhalen, andere trauma's. Trauma, dat is een goed woord. Het betekent geloof ik "breuk", maar mensen blijken nog dikwijls te dromen over wat hen is overkomen in hun jeugd.

Droom: ik ben in Den-Haag aan de zee. Aan de overkant ligt Engeland, in mijn droom vlakbij. Er komt een man overgevaren naar mij toe in een bootje. Hij is kort en gezet, heeft een baardje en heel goede lieve ogen. Hij lijkt erg op die aardige dikke fotograaf uit de film Secrets and Lies. Hij komt aan land en zegt dat ie van mij houdt en ik weet dat ik ook van hem kan houden. Hij zegt: vorig jaar, toen het uitging met Peter, was ik ook al bij je, maar toen zag je me niet, "I was nobody." En dat is waar. In mijn droom herinner ik mij dat ik hem op de bank heb zien zitten met een kleine, onduidelijke metgezel naast hem, maar dat ik helemaal geen aandacht aan hem besteed heb. Nu pakt hij mijn handen als een soort "verbinding", afspraak en ik vind het heerlijk. Hij vertelt dat hij uit Hastings komt (zeeslag? Willem de veroveraar?), een stad aan het water en dat het voor hem een soort nieuw Jeruzalem is, waar hij altijd zal blijven wonen. Hij heeft een pukkel op zijn hand, waar hij telkens aan plukt (heb ik ook) en hij drinkt soms teveel (ik eet teveel Kuchen) en hij is een stadsmens (mens?) dus hij is niet volmaakt, maar dat geeft helemaal niets. We zitten samen in zijn bootje en plotseling komen er enorme golven op zodat ik bijna overboord sla. Ik roep: we moeten voorin gaan zitten, dan verleggen we het zwaartepunt op de goeie plek, maar hij zegt: nee, hou het lijntje vast! Een dun touw is in de breedte over het bootje gespannen. Einde droom.

Ik word wakker met een blij gevoel, maar als ik er verder over nadenk, wordt dat minder. Een droomgeliefde heeft geen lichaam, "I was nobody" een man die vanuit Engel-land verbinding met mij maakt. "Now I am somebody?" Ik zit een stuk beter in mijn lijf, dat is zeker. Is hij een stuk van mijzelf? Een aparte entiteit? Mijn beschermengel? Als ik de andere ochtend vraag aan de waardin waar de naam van het Gasthaus vandaan komt zegt ze" de kapel aan de overkant is toegewijd aan de heilige engelbewaarders. Dat geeft te denken.

Ik hoef me nergens ongerust over te maken, zolang ik maar niet eigenwijs min eigen zin doordouw, maar gericht blijf op wat per moment goed en aan de orde is om te doen of te laten.

Maandag 22 mei, 10.30

Ik zit nog in de tent. Het regent verschrikkelijk al de hele nacht en de ochtend. Ik moet eigenlijk gaan inpakken, maar daar zie ik op dit moment erg tegenop. Gisteren is mijn "engelbewaarder" de hele dag dichtbij geweest voor mijn gevoel, om mij goede raad te geven: lijntje vasthouden! Op de hei kwam ik een man tegen die zich volgens mij stond af te trekken in mijn richting. Ik heb rechtsomkeert gemaakt. Even later kwam ie langzaam voorbij rijden. Er klopt iets niet. Dus, stok in de hand, stevig en vastberaden en lijntje vasthouden. Als - ie vervelend gaat doen, zal ik me zeker verdedigen. Gelukkig was er verder niks aan de hand, wel vervelend!

Nu moet ik echt de regen in. Gelukkig voel ik me lichamelijk veel beter.

Ik liep door een donker stuk dennenbos en dacht: dit is echt het Demsterwald uit de Tolkien trilogie, een beetje engig, diep donker, duister, droog en dor. Een weggetje als een donkere tunnel met aan het einde een beetje groen licht. Op een driesprong ligt een grote steen, zo pal in het midden en mijn gevoel zegt: hier moet je een ceremonietje houden, maar ik heb er helemaal geen zin in. Ik heb goed de pas in en ik wil voor het donker voorbij een bepaald dorp zijn en dit gaat me zeker een half uur drie kwartier kosten en ik heb er geen zin in. Bovendien vind ik het geen prettige plek. Maar het vraagt er wel om. Ik sta te aarzelen. Ik hoef het niet te doen, maar waarom ben ik dan eigenlijk op reis? Het is toch een dienstreis! Zo belangrijk is het toch niet dat je voorbij dat dorp komt. Ik wil het wel doen, maar dan wil ik het van binnen voelen en niet omdat ik moet. Het volgende moment, merk ik, dat ik mijn rugzak afgezwaaid heb en pak ik mijn meditatietasje. Als ik bezig ben voel ik een donkere doorzichtige aanwezigheid achter me. Het is stil, het doet me niets, het dreigt niet, maar het is donker en het kijkt naar me. Ik word niet bang, besteed er verder geen aandacht aan en ga door. Tot slot bid ik het Weesgegroet, het Onze Vader. Als ik het Onze Vader bid, merk ik dat de aanwezigheid oplost in het niets. Moest ik daarom een waskaarsje op die plek branden?

Woensdag 24 mei 2000.

Ik mis het contact met spirituele mensen, die ook buiten de kerkelijke structuren met spiritualiteit bezig zijn.

De drempel tot de Christelijke gemeenschap is laag. Wat heerlijk trouwens, dat het er allemaal nog is, dat het leeft en zin geeft en heeft, maar mensen die net weer een stap verder zijn en zich daarin ook trainen, die ontmoet ik veel minder en zeker niet in groepsverband. Ik merk dan dat een gesprek zoals in de Naturkostladen van gisteren, weer een heleboel goed doet. Die vrouw gaat mee mediteren op 9-12-9 uur en heeft me het "vredeslicht" meegegeven. Dat is een kaarsje uit een ketting van kaarsen die allemaal aan elkaar zijn aangestoken. Rond de eerste kaars is een grote bijeenkomst geweest, waarin via meditatie en energieoverdracht dit licht en de kaars die daarbij hoort zouden zijn opgeladen met intentie van vrede. Ik had er al eerder van gehoord. De energie van de eerste bijeenkomst zou dan overgaan op elke kaars die ermee is aangestoken.

Op het moment heb ik even zo genoeg van het traditioneel Christelijke. Ik ben dol op kerkjes, wegkapelletjes en zo, maar nu toch even niet. Het is even genoeg. Ik verlang naar meer bewustzijn, dus daar ben ik me nu op aan het afstemmen. Nuchter gezegd: meer Naturkost mensen aanspreken. Ik zag een aanplakbiljet: Die Oekologische Jesus. Dat is een lezing vanavond in een plaatsje waar ik al voorbij ben, en terug gaan, dat heb ik er ook weer niet voor over, maar zoiets leek me wel wat.

Er gebeurde nog iets leuks. Een paar nachtjes geleden sliep ik in en heel nat bos en heb alles, tent, matrasje, kletsnat moeten inpakken. De hele dag bleef het koud (zo'n 12C°) en regenachtig. Dus ik moest in beweging blijven om warm te blijven, zonder dat ik de gelegenheid had om de tent te drogen. Ik kon er onmogelijk in slapen zo, alles was meteen ook nat geworden. Bij de "Evangelische Diaconie in…. Vroeg ik zoals gewoonlijk om gebed voor vrede", maar zij vertrouwden mijn verzoek om gebed in het geheel niet en al helemaal niet mijn verzoek om in hun vrij toegankelijke kantine mijn tentje te mogen drogen. Ik ben er weggejaagd. Ja, ik weet dat dit ook er bij hoort, maar ik vond het vreselijk.

Tegenwoordig huil ik daar even lekker om en dan is het weg i.p.v. dat ik flink ben en zeg: zo is het leven nu eenmaal. Dat is waar, maar het werkt niet. Dus lekker even gehuild. Enfin, ik zat in de kou op een muurtje op een klein pleintje in de stad met mijn nog steeds heel natte tent + matrasje + slaapzak en merkte dat ik al 10 minuten aan het kijken was naar de ontluchtingskleppen van een sauna / zonnestudio. Oh-toeval! Hup, tent ervoor gehouden, zelf ook in die heerlijk warme luchtstroom gestaan. Binnen een kwartier was alles droog. Wat wordt er toch goed voor mij gezorgd!

Verder heb ik een knallende preek gehoord van een heel vreemde pastoor, die zeer motorisch gehandicapt was (gevolg van beroerte?). Wat er nog van zijn haar over was, wit met vreemde zwarte plukken ertussen, tics rond zijn ogen, met zijn scheeftrekkende mond zegt hij de meest consistente dingen en hij zegent ons met een prachtige, met robijnen bezette monstrans die hij schots en scheef half over het altaar trekt voordat hij het kruis, ook scheef, daarmee over ons maakt. Zijn preek ging over: in het hart van God zijn. Dat zijn we altijd, zegt ie, alleen moeten we ons dat realiseren en dat doen we door veel te bidden. Hij geeft een voorbeeld van een pastoor die in 40-45 in een concentratiekamp was en dwangarbeid moest verrichten. Dit weten - in het hart van God te zijn-, en de relativerende gedachte: "Ich bin doch nur zur Erholung da!" (Ik ben hier alleen om weer op te knappen) heeft hem er door heen geholpen. En dat, zegt hij, helpt mij er ook doorheen. Tegelijkertijd trekt hij per ongeluk zijn kazuifel scheef en schuift het evangelieboek tot bijna over het randje van het altaar. Het kerkvolk lacht, hij ook, ze zijn aan hem gewend! Bij de voorbeden leest hij mijn intentie ook voor. Na de mis komt hij naar me toe om te vragen waar ik heen ga. Ik vertel het hem. Hij maakt nog een geintje met zijn scherpe oogopslag, vraagt zeer ernstig Gods zegen voor mijn reis, weegt mijn rugzak op de hand en neemt afscheid met een absoluut on-celibataire streel over mijn wang. Daar kon ik het weer even mee doen.

25 mei 2000, donderdag. Rothenburg ob den Tauber.

Vandaag passeer ik de 1000 km grens. Dan zit 1/7 deel van mijn reis er op. Het is de helft van de E8, over 54 dagen verwacht ik in Bratislava te zijn, en ik zit op 2/3 afstand ten opzichte van Jeleni in Zuid-Tsjechie, Bohemerwoud. Ik hoop rond 22 juni bij mijn Tsjechische bekende te zijn.

Zaterdag 27 mei 2000, 13.00 uur. Gasthaus "zum Löwen" in Weihenzell.

In Rothenburg heb ik voorlopig afscheid genomen van de E8. Ik ontdekte een stukje Jakobsweg (weg naar Santiago de Compostella), inclusief schelp, dat ik nu in omgekeerde richting loop. Van Rothenburg naar Neurenberg. Er staan zes Jakobskerken langs, waar je stempels kunt halen en op verhaal kunt komen -als ze in het weekend niet gesloten zijn tenminste. Het heeft toch wel iets zo'n georganiseerde pelgrimsweg. Dit stukje is deel van de grote Jakobsweg die sinds de middeleeuwen van Krakau - Praag - Neurenberg - Rothenburg naar Santiago loopt.

Dingetjes die me opvallen onderweg:

  1. De Beieren zijn heel wat stugger dan de Rijnlanders.
  2. Het landschap en de huizen zijn een stuk slordiger dan in de Eifel, gelukkig maar en er zijn meer onverharde wandelwegen. Duitsland is dus toch een gewoon land.
  3. De kerkhoven worden liefdevol verzorgd. In de kleine dorpen herken je aan de vormgeving van de zerken dikwijls dezelfde hand die van de plaatselijke steenhouwer. Zo krijg je heel bijzondere, in één stijl volgehouden kerkhoven.
  4. Ik loop te likkebaarden bij de winkels waar ze "Trachtenkleidung" verkopen. Mooie stijlvolle-aangepaste "Dirndls". Streng verboden en helemaal fout voor alle progressieve Duitsers, maar ik vind het mooi, mooi gesneden spul, mooi natuurlijk materiaal, linnen, katoen, wol, batist.
  5. Gisteren mijn 2e tekeninjectie gekregen. Ik heb weer hoofdpijn en ben een beetje daas. Vannacht heb ik in een woonwagen geslapen bij een alternatief stel, met drie honden een dochter en een kat. Ze houden paarden en ik mocht er in bad. Heerlijk! In het vijvertje naast de woonwagen kwaken de kikkers de hele nacht, springen de karpers en kronkelsluipend de vuursalamanders. Rond de vijver staan elzenbosjes met hun wortels in het water te dromen.
  6. Ik heb mijn eerste echte Bayer-Beier gezien. Een dikke man met onderkin op een bankje langs de weg. Wandelstok, grote lederhose, Tirolerhoedje en olijke oogopslag.
  7. Ze zeggen hier "Grüß Gott" i.p.v. Gutentag. Dat klinkt eigenlijk als "Koekoek" Soms zeg ik Koekoek i.p.v. Gruss Gott. Niemand heeft het nog gemerkt.

Zondag 28 mei, 12.45

Ik voelde me toch beroerd tegen de avond. Zware hoofdpijn en vreemde evenwichtsstoornissen. Ik heb echt een warm bad nodig. Hier in Heilsbronn, ten westen van Neurenberg, heb ik overnacht in de voormalige abdij met prachtige Romaans / Gotische Münsterkerk erbij. De heilige bron is afgesloten voor het publiek. Wie begrijpt er nog iets van de kracht van een bron?

Hemelvaartsdag 1 juni 2000, Altdorf.

Het is elf uur. De klok van het roze Beierse kerkje hangt te beieren. De kerk is net uitgegaan. Ik heb zoiets moois meegemaakt net, "eine Flurumgang" Flur, van "Feld und Flur" = weide- akker en bosgrond.

Een duizenden jaren oud gebruik, dat hier in verchristelijkte vorm nog heel levend is.

Na de heilige mis loopt de priester in goudbrokaat kazuifel, onder het baldakijn met de monstrans met het Allerheiligste in processie door het dorp, langs de akkers, de weiden, om het veld te zegenen en voor de mensen en de schepping te bidden. Wij, gelovig volk lopen voor en achter mee, zingen, bidden het Onze Vader, maar vooral het Weesgegroet, keer op keer, opgestegen cadans ter ere van de Grote Moeder, wiens afbeelding ook in de stoet wordt meegedragen. Het lijkt alsof de processie door de plooien van haar kleed trekt, langs de dorpshuizen, door een holle weg, een beukenlaan, een stukje sparrenwoud, een golvende heuvel met bloeiend gras, een akker nog groene gerst: wees gegroet Maria, de Heer is met U, Gij zijt gezegend onder alle vrouwen. Keer op keer. Even wordt haar gezicht, als een reuzin zo groot zichtbaar in de processie. Mannen en vrouwen lopen zo'n beetje gescheiden. Voor en na bidden wisselen zich af. Er zijn sterke oude vrouwen onder. Brede boerenvrouwen met scherpe ogen en harde handen. Doordeweeks zie ik ze met hoofddoekjes tegen de zon, vest en jasschort in de moestuin bezig met planten en wieden. Nu, in degelijk mantelpak, bidden ze krachtig de weesgegroeten voor als de energie wat dreigt in te zakken.

Bij elk rustpunt onderweg worden de vier rode kruisbanieren neergezet, het baldakijn hoog gehouden. Op het meegedragen tafeltje wordt de monstrans gezet. Daar wordt dan een gebed uitgesproken, een gedachte meegegeven, de aandacht op God gericht. Daar wordt de monstrans geheven en de mensen en het veld gezegend. Een maand na Beltane, Walpurgis, Koninginnenach, wordt bloei en opengaan tot samengaan en vrucht vormen.

Mijn gastvrouwen, Hildegard en Elisabeth zijn buurvrouwen, jonge moeders die in blinkend gepoetste huizen hun kinderen en man verzorgen. Gisteren, bij het vragen om mijn avondwater (= mijn waswater voor de volgende morgen) ben ik na mijn bedevaartsverhaal uitgenodigd om te douchen, mijn tentje in de tuin op te slaan, te ontbijten. Ze hebben mijn -zeer vieze -bemodderde kleren gewassen en gedroogd (ik heb onderweg geen wasserette kunnen vinden om grote stukken zoals spijkerbroeken te kunnen wassen) en vandaag was ik met ze op het feest van Hemelvaart.

Het vakwerkhuis komt steeds minder voor. Wel duiken steeds meer barokkerkjes op. Ik krijg veel uitnodigingen om mee te rijden. Die sla ik natuurlijk allemaal af. In veel dorpjes is een steen opgericht met daarop een meestal recente datum en een tekst als: Gedenkstein Ende Flurreinigung. Alsof er een grote schoonmaak in bos en veld is gehouden, ik zal er nog eens precies naar vragen. Het blijkt gewoon over ruilverkaveling te gaan. In de groentewinkel zie ik vermeld naast de appels: Met glansmiddel. Worst: Met toevoegingen salpeter etc. Bij een doodgewoon dorpskruideniertje kan je biologische zuurkool kopen. Zelfs in Beieren, dat toch een conservatieve naam heeft op politiek gebied, zijn ze heel milieubewust. Ik heb bij diverse dorpjes al van die natuurlijk rioolreinigingstoestanden gezien: hypofieten?filter. Ik bedoel dat systeem waarbij de viezigheid wordt opgegeten door een heleboel planten en schoon water overblijft. Een dorp van vijf huizen en een schuur heeft een milieuvereniging.

Vrijdag 2 juni 18.00 uur Riedenburg.

Het is vandaag weer heel warm en ik doe het kalm aan. Op dit moment heb ik net een koele duik genomen in de rivier de Altmühl. Wat is het leven weer goed, zelfs met alleen maar een homp brood in mijn tas, die ik van een restauranthouder heb gekocht, want er zijn hier nergens winkels, maar het stikt er van de Gaststätten. Ik voel me als een Lustige Witwe die zingend en klingend door het bos loopt.

Zondag 4 juni.

Ik zit hier boven Regensburg met uitzicht op het Donaudal. Straks ga ik dus de grote moederrivier ontmoeten, die me een heel stuk door de Balkan zal begeleiden. Ik merk dat ik dichter bij Tsjechië kom. Een bepaalde bouwstijl die ik daar ook tegenkwam. Huizen met schubben dakpannen en daarin kleine halfronde dakvensters, die lijken op de halfgeloken, liefdevolle ogen van een vriendelijke huismoeder. Alsof dat huis opeens een wezen is.

Bij de wegkapellen en kruisen zijn tijdens inwijding bomen geplant die nu, een paar eeuwen later soms bijzonder groot zijn geworden. Die plekken ervaar ik eerder als natuurplekken, boomheiligdommen dan als kerkelijk. Het toppunt was wel een kleine beschilderde rechtopstaande steen ter ere van de H. Isidorus, gedateerd 1703 met een nog net zichtbare schildering van een engel in wapenuitrusting. Een kleine rechtopstaande steen met daarnaast een esdoorn en aan de andere kant een enorme, enorme linde met bladeren zo groot als A-viertjes. Nog nooit heb ik zo'n grote dikke linde gezien, wat een kracht. Dat kleine gedenksteentje ernaast is haast onzichtbaar. Toen ik contact probeerde te maken met de energie van de boom voelde ik alleen maar dat ie verwarde grapjes aan het maken was. "Dochtertje, dochtertje", zei ie tegen me, op een goedgemutste, maar afwezige manier, alsof er dingen niet goed op zijn plaats zaten in zijn energie. Dat kon ik mij eigenlijk niet voorstellen bij zo'n krachtige gezonde boom. Zie ik iets van mijzelf? Volgens mij is alles o.k. die dag met mij.

Daar staat die grote linde met dat weggestopte steentje tegen zijn stam en de kleinere esdoorn die met hem vergroeid is. Daar staan ze, op een lichte verhoging in het landschap. Kilometers ver strekken korenvelden met lichte bossages ertussen zich uit, staat hij daar in zijn eentje, King Lear zonder zijn dochters. Als ik mijn ogen dichtdoe lijkt de onderkant van een reuze-ei in zijn kruin te hangen. Is hij Atlas, die de sterrenhemel draagt?

Hoewel het weer guur en koud is die dag met vlagen regen tussendoor, houd ik een kleine medicijnwiel ceremonie met steentjes op die plek, misschien dat die verwarde energie dan wat oplost ben ik zo hoogmoedig om te denken. Dat gebeurt niet. Er verandert niets, maar als ik opsta en mijn rugzak aan doe, komt wel opeens de zon achter de regenwolken vandaan en is die avond tot zonsondergang ook blijven schijnen. Dat vind ik toch een mooi en zinvol toeval.

Gisteravond tegen zonsondergang vroeg ik water bij het eerste huis van Reichstetten, een klein dorpje bij Regensburg. Ik mag in de tuin slapen en douchen en maak kennis met een journaliste / schrijfster uit Slovenië, die reisverhalen en kookboeken schrijft. Ze schrijft nu een boek over de keuken van de hele Dalmatische kust, de manier van leven die daarbij hoorde en hoeveel er kapot is gegaan sinds de oorlog. Ze is gebeten op NATO en Amerikanen en zegt dat alles propaganda en gelogen is, dat de Amerikanen de baai van Kotor/ Macedonië wilden hebben wegens handelsbelangen. Ik zeg dat ik dat niet kan geloven! Ik weet niet wat waar is, humanitaire overwegingen een vermomming om Amerikaans eigenbelang door te drukken? Misschien. Als twee kanten van een verhaal zo verschillen dan klopt er iets niet aan beide kanten. Wat ik wel besef is dat ik hierin geen partij moet kiezen voor de een en tegen de ander. Afgezien van dit hete hangijzer krijg ik van haar een prachtige route langs Joegoslavische orthodoxe kloosters, om gevaarlijk Kosovo heen, door haarzelf bereisd en beschreven, een kom muesli met vers fruit, Sloveense honing en vlierbessenthee onder de appelboom . Haar zoontje zet 's avonds mijn tentje op en breekt het 'sochtends weer af.

Haar man is een reiziger -wandelaar- bergbeklimmer en is ook zeer geïnteresseerd in mijn reis en mijn doel. Hij heeft een digitale camera. Nooit van gehoord. Hij neemt een foto van me bij de tent en gooit hem zo op internet, naar Mijntje en Ales per email. Ik sta met rode oortjes te kijken!

Ter afscheid geeft ze mij een Sloveens haakwerkje in de vorm van en kruis en het blad van een klaproos met een stukje donker hart als oog. Ze drukt mij op het hart: laat mij weten als je door Joegoslavië komt. De Serven zijn een buitengewoon gastvrij volk en wijst mij precies hoe ik moet gaan om Kosovo, Kfor en UCK te vermijden. Het ziet er naar uit dat mijn route via Hongarije, Joegoslavië, Bulgarije zal gaan en niet via Roemenie. Ik heb nu zoveel aanwijzingen in die richting gekregen dat ik ze maar zal opvolgen.

Maandag 5 juni

Ik kan er niet langer onderuit. Ik heb zin genoeg en kracht genoeg om tot 30 km per dag te lopen, maar mijn rechtervoet protesteert. Ik heb last van mijn enkelbanden en er zit een rare rode zwelling op de voetzool. Mijn hele voet is stijf en pijnlijk en ik ben bang dat ik rust nodig heb i.p.v. dat ik er lekker tegenaan kan de laatste 200 km naar Jeleni - Zuid Tsjechië. De warmte van 32°C overdag doet er ook geen goed aan.

Gisteren is mij nog iets wonderlijks overkomen. Op het voetpad naast de Donau, een brede snelstromende bruine modderrivier, word ik ingehaald door een breekbare, engelachtige jongeman. Hij is in het wit gekleed, heeft blonde krullen, blauwe ogen, rode rugzak en is een jaar of 22. Hij vraagt of ik ook naar Jeruzalem ga en tovert op mijn ongelovige blik een dagboek te voorschijn met stempels van de pastorieën waar hij overnacht heeft plus goede wensen voor hem en de datum van het begin van zijn reis naar Jeruzalem, 00.15 uur, 1-1-2000.

Zo onder het samen oplopen vertelt hij zijn levensverhaal en motief om naar Jeruzalem te gaan (er gaan ca 200 mensen per jaar te voet naar toe). Werkende ongehuwde moeder (41 jaar nu), ziet haar alleen in het weekend en is door de week in de kinderopvang. Onbekende vader. Stiefvader die hem mishandelt. Moeder die hem tweemaal wil wurgen en dan op zijn 5e 3 uur alleen in het bos achterlaat. Wat moet hij een moeilijk jongetje geweest zijn en wat een onmachtige ouders. Beiden overtuigd communist (Oost-Duitsland), laat hij zich op zijn 13e dopen, waarna hij het huis uitgezet wordt. Opgevangen in de Evangelische kerk, waar hij seksueel misbruikt wordt door een van de medewerkers. Gaat zwerven naar Frankrijk, Spanje, loopt delen van de Jakobsweg, werkt in een van de pelgrimshuizen, krijgt een leermeester die hem inwijdt in de zwarte magie, verliest zijn geloof, raakt aan de drugs, krijgt daardoor ook veel inzicht.Door een soort wondertje krijgt hij zijn geloof terug, woont hij een tijd in een klooster waar de monniken hem er weer bovenop helpen. Hij had graag willen blijven, monnik worden, maar zo zegt hij, de monniken zeiden dat hij een andere opdracht had. Nu loopt hij naar Jeruzalem in blinkend schone kleren, is begonnen met 1 mark en vertrouwt erop dat alles wel in orde zal komen. Hij leeft aan de basis en geeft alles over. Ergens heb ik bewondering voor deze halve heilige vreemde zonderling. Wat moet er van hem terechtkomen? Toch is er ook een echte wijsheid in hem, worstelt met het vergeven van zijn ouders, de onbekendheid van zijn eigen vader, is alles behalve dom. Ik ben zo getrakteerd door anderen, ik bied hem nu op mijn beurt ein "kleines Abendessen aan." Aanzittend bij de Chinees wil hij meteen een menu van DM 35 (fl. 42,-) bestellen. Dat doe ik echt niet. Zo rond de DM 15 mag hij iets van mij eten. Zelf besteed ik ook niet meer! Ja, ja, vreemde figuur. Zou hij het halen? Niet alleen Jeruzalem, maar ook zijn eigen leven?

Voor de camping nemen wij afscheid, ik heb een moment gedacht ,dat hij misschien de bewaarengel was die mij begeleiden moet door de Balkan. Hij ziet er echt uit als een engel, maar ik zeg tegen O.L. Heer dat deze te vermoeiend is. Ik denk dat hij zelf wel zou willen. Ik heb het gevoel dat hij heel veel moederlijke energie nog nodig heeft, voordat hij goed in zijn lichaam kan komen, en ik heb absoluut geen zin om hem die te geven.

Wat ik wel kan uit mijn hart, is ten afscheid stevig zijn handen pakken met zoveel warmte als ik voor hem heb, plus de bewondering dat hij zo diep is durven gaan en nog steeds gaat. Dat breng ik niet op. Daar gaat hij, naar een onbekende plek, sigaret in de hand, onder de hoede van een vreemde god. Misschien ontmoeten wij elkaar weer onderweg. In Kroatië Medjugorje? Waar verschijningen van Maria zouden plaatsvinden? Zijn energie past daar goed.

 

 

 

 

 

terug


© Copyright 2000-2008 Johanna van Fessem . Getypt door Adrie van den Hoek, secetares van Johanna. Web Design : Ales Vanek