2e verslag van de voetreis van Johanna.
Maandag 10 april 2000. Den Bosch.
Gisteren zijn we in Den Bosch aangekomen, een kleine 150 km te voet vanuit Den Haag. Tine heeft afscheid van me genomen en is terug gegaan naar Amsterdam. Ik heb een dagje rust nodig vanwege mijn heuppijn. Logies en ontbijt bij een antroposofisch-achtige familie, maar toch met onverwarmde kamer, zodat ik nergens lekker door kan warmen en ik me vandaag ziek voel. Bovendien bleken de kinderen verse kauwgom op mijn vloerkleed gespuugd te hebben, die nu in mijn nieuwe loopsokken vastgeplakt zit om er nooit meer uit te gaan.
Er gaat wel meer fout. Doe ik iets niet goed? In elk geval is het erg moeilijk, zoniet onmogelijk, om die hoge energie vast te houden waarmee ik vertrokken ben. Er gebeuren ook fijne dingen hoor, maar telkens overvalt me weer bij de minste geringste aanleiding mijn "ontheemd" zijn.
"De vossen hebben holen en de vogels nesten, maar de mensenzoon heeftgeen steen om zijn hoofd op neer te leggen." Ik weet, dat mijn thuis in mijzelf ligt en moet telkens afwachten of die nare zware stemming zich vanzelf oplost. Ik mediteer trouw, dat helpt dikwijls. Het ging toch over de vreugde? Ik zit hier weesgegroetjes te bidden bij de "Zoete Moeder van Den Bosch" Dat is gelukkig een heel vrolijk en mooi Mariabeeld, met een grappige zwarte neus en wangen." De verwarming is nu aan op mijn kamer en ik begin eindelijk te ontdooien. Het staat hier vol met boeken en ik heb net "Emil und die Detectiven" opnieuw gelezen en blader in de volledige werken van Adalbert Stifter, een dichter uit het Bohemerwoud, waar ik zo van houd (van het woud). Ik heb weer heerlijk gehuild, wat me goed doet en een tekening gemaakt van Tine en mij in de polder bij zonsondergang.
Onderweg naar Den Bosch zag ik nog iets leuks. Terwijl we over de dijk lopen, het brede water links en boerderijen en weiden onder aan de dijk rechts, zie ik op een erf een paar ponies staan. Twee kraaien vliegen naar een van hen toe en gaan voor hem op de grond zitten, terwijl ze hem aankijken. Het gaat door mij heen: "t Lijkt wel of ze hem iets vragen!," maar doe dat onmiddellijk af als menselijke projektie. Het volgende moment echter zitten ze op zijn rug om haren uit manen en staart te plukken. Het paardje vindt het prima en zij hebben een lekker warm nestje. Ze vroegen dus wel degelijk om toestemming!
Woensdag 12 april 2000. Montfoort 23 km! Zonder moeite.
Ik heb nog wel last van mijn heupen, maar wat een heerlijk dagje! Voornamelijk gelopen over onverharde wegen. Mijn stemming is uitstekend! Ik begin ook weer "kadootjes" te krijgen. Onderweg bij een wegkapelletje staat Sint Rochus. Dat is een collega-pelgrim, dat zie ik aan zijn pelerine en de drie schelpen, die hij draagt. Het kapelletje is piepklein. Er staat een bidstoel. Ik brand een kaarsje en voel me vervuld worden van een wonderbaarlijke tederheid. Krijg ik de energie van de oude bron waar het kapelletje bij staat? Opgeladen vervolg ik mijn weg.
In Roermond bezoek ik de Munsterkerk. Ik krijg vragen over mijn reis van de mensen die voor de kerk zorgen. Ik krijg zomaar vanzelf gebedsstrookjes mee. In Roermond is ook een natuurvoedingswinkel. Daar krijg ik ook al zonder te vragen uitsluitsel over de te volgen weg.
Nu 's avonds sta ik bij boerderij Genemuidenhof. En het is alweer erg koud. De hoogspanningsmasten suizen. Het zou vannacht misschien gaan onweren en in ieder geval regenen. Ikheb mijn plastic hoes op de tent gedaan, want onweersbuien trekt ie niet.
Wat een vreselijke nacht!. Geen druppel regen, geen enkele donderslag, maar de hele tijd kraakte het plastic bij het minste zuchtje wind, zodat ik telkens wakker schrok. Ten einde raad ben ik eruit gegaan om in het maanlicht het plastic er weer af te halen. Eindelijk rust. Vanmorgen stond er een ijskoude harde wind. Ik had weer met al mijn kleren aan in mijn slaapzak gelegen, dus ik was vlug klaar met mijn gezicht wassen. Door de gure wind door de Montfoortse vlakten op stap. Handschoenen aan, wollen doek om het hoofd. Ik genoot, was alsmaar aanhet zingen hoe heerlijk ik het vind om op reis te zijn.
Ik rust een moment onder een statige eikeboom. Daar doorvloeit de tederheid mij weer; geen mensentederheid, maar planten-bomen-aarde-wind-tederheid. Daaardoorheen schemert het gezicht van een vrouw. Mijn eigen gezicht? Maria, De Grote Moeder? Dankbaar en gelukkig ben ik om dit weer te mogen voelen.
Om elf uur kom ik in de abdij L. aan. Veel vroeger dan ik dacht. Ik krijg een warme bekende kamer, een warm bad. Ik zie ook correspondentievriend broeder J., monnik, en snuif de geur van de abdij op, boenwas gemengd met wierook. Ik voel me welkom, ik voel me thuis. Buiten is het begonnen te regenen. Mer gierende vlagen trommelt het water urenlang tegen de kerkramen. In witte warme koormantels zingen de monniken Gods lof. En ik zing mee.
15 april, zaterdag.
Annemarie is bij me. Ze is zoals gewoonlijk opgewekt en fideel gezelschap. Ik had een indrukwekkend afscheidsgesprek met broeder J. Ik heb van binnenuit iets kunnen voelen van wat - Wie - hem beweegt, daarmee gepaard gaand een gevoel van groot berouw van mij, waarover weet ik niet. Het maakte een grote opening naar Christus. Heel klassiek, maar ook diep en echt. Ik had een gevoel, dat ik de Goddelijke Liefde altijd had afgewezen en dat Hem dat zeer deed. Dit op te schrijven maakt het weer cliche. Voorzichtig ermee.
Palmzondag, 16 april.
Gisteravond zijn we over het heel winderig Limburgs plateau in Schimmert aangekomen. Dat ligt 6 km ten noorden van Valkenburg. Ik heb de hele dag met handschoenen aangelopen. Vlak voor zonsondergang kwam een snijdende gure wind opsteken, die donkere regenwolken meebracht. Prachtig strijklicht over de landerijen en de hoge kerk van Schimmert in de verte.
Vanmorgen heb ik de Palmzondagsmis in Schimmert bijgewoond. Zo ga ik goed voorbereid de Goede week in. Annemarie zit buiten lekker in de zon te wachten, want vandaag is het mooi weer!
We wandelen door beekdalletjes, bossen, stille kleine heuvels en dalen. In de verte zien we de mega-industriesteden van Zuid-Limburg. Geleen/Heerlen.
De bloemen onderweg gaan steeds verder open. Speenkruid. De bosbodem is bedekt met anemoontjes, paarse en witte dovenetel, paardebloemen, madeliefjes in de wei en zoveel sleutelbloemen. Echte. De boomgaarden beginnen te bloeien, beekjes murmelen. Het bos ontwaakt.
Rond 21.00 uur vinden we een plekje aaneen bosrand. Het waait zoetjes. Het is niet koud. Twee eenpersoonstentjes naast elkaar. We gaan zo slapen.
18 april 2000
Vandaag gaan we de grens over van Vaals naar Aken.
Witte Donderdag, 20 april, Simonsthal in de Eifel.
Annemarie heeft in Aken afscheid genomenen nu ga ik zelf verder, dieper Duitsland in.
Vannacht sliep ik in een beukenbos. Dikke krakende bladerlaag op de grond en nog totaal bladerloze bomen. Kleuren zijn bruin en beige, met veel zonlicht tussen de stammen en nauwelijks schaduw.
Het is een hele belevenis om de E8 te vinden. Ik krijg het gevoel van aansluiting te vinden op een groter geheel. Op Europa.
Een ding is vreselijk. Ik heb vandaag door prachtige bossen gelopen, maar de hele E8 lijkt geasfalteerd, terwijl ik gerekend had op onverharde paden door de Duitse wouden.Dit is echt erg. Af en toe een klein echt bospaadje ertussendoor om de moed erin te houden. Ik word zo moe op asfalt! De asfaltering van Duitsland, dat moet ik echt verwerken. Niet alleen op autowegen moet Moeder Aarde haar gezicht verharden en haar hart pantseren, maar ook op mooie bosweggetjes, waar het helemaal niet nodig is. Ik verhard er ook van en ben er bozig over.
Mijn boekje met de routebeschrijving van de E8 is van 1987; er is nooit een nieuwe uitgave gekomen. In het boekje wordt trouw aangegeven wanneer er een stukje asfalt belopen moet worden. "Leider 500 m auf Hartbelag" "Leider 5 km auf Hartbelag." En dat komt maar een enkele keer voor. Dat betekent dat er sinds 1987 90% vande wandelwegen werd geasfalteerd. Wat zonde!
Vanochtend kon ik mij voor het eerst in een beekje wassen. Het was 's nachts wel koud geweest, maar op een of andere manier knap je heel erg op van dat koude water en wat is er mooier dan je 'smorgens aan een beekje wassen, terwijl de zon door de nog kale takken filtert en de vogeltjes om het hardst kwinkeleren. Me lekker stevig afdrogen en dan al mijn warme truien weer aantrekken. Je kunt echt de hele wereld aan en geen mens gezien tot 12 uur 'smiddags.
Het is een stevig heuvellandschap hier in de Eifel. Ik heb een goede stok opgeraaptom me op de steile wegen te helpen. Dat loopt echt prettig. Wandelstokken zijn eigenlijk verlengde voorpoten. Wat is lopen op twee benen eigenlijk een vreemde manier van voortbewegen voor een zoogdier.
Om 7 uur 's avonds is er een Witte Donderdagsdienst in Schmidt. Het is een uiterst verzorgde dienst, perfect geregisseerd,met in het Duits vertaalde liederen van Huub Oosterhuis. Een strenge, maar niet ongeinspireerde pastor. Alles glanst van toegewijd perfectionisme, zoals veel hier in de Eifel. De huizen, de hoeves, de bossen. Goed verzorgde (te?) goed geregelde bossen hier, met afgepaste stukken grond waar de natuur zich vrij (?) ontwikkelen mag.
Als er hondsdolheid heerst, schieten ze de vossen niet, maar leggen met entstof bewerkte stukken vlees neer!! Bordjes met vriendelijke doch dringende, op rijm gestelde verzoeken om het wild niet op te schrikken door bijvoorbeeld met papier lawaai te maken. Blijf op de wegen!
Ook in kleine stadjes en grotere dorpen is er dikwijls een heel goede natuurvoedingswinkel te vinden.
In Nederlands Limburg zijn naast alle wegkruisen ook veel Mariabeeldjes te vinden in wegkapelletjes en in de gevels van huizen. Hier in de Eifel worden de kruizen vergezeld van dichterlijke en stichtelijke vermaningen gericht tot de voorbijganger. Het is meer een Onzevader dan een Weesgegroetenland. Ik voel meer de kwaliteit van gedisciplineerde spirituele ruimte, dan de kwaliteit van toegeeflijkheid en laat-maar-waaien.
Het waait hier overigens wel Nog zo'n voorbeeld van goedwillendheid en goed geslaagd perfectionisme. Vlak voor Schmidt, in een bocht van de bosweg, bij het hoogste punt van het dorp, rijzen er vijf volmaakte witte windmolens op. Ze zijn heel hoog en geplant in een gracieus curvende heuvelweide. Tegen een diepblauwe hemel draaien de rustige wieken slag om slag. Het doet aan als een soort hemels visioen. Neergedaalde engelen-ontwerpen, die hemelenergie (windenergie) aan de mensen op aarde doorgeven. Een groot gedeelte van Schmidt is aangesloten op de elektriciteit van deze molens.
De avondmis duurde heel lang. Tot 20.45. Het was al te donker om nog een kampeerplek te zoeken op een verderop gelegen camping. Ik wilde de pastor vragen of ik in de tuin bij de kerk mijn tent mocht opzetten, maar ik werd heel onverwacht door een van de kerkgangers uitgenodigd bij hem thuis te komen slapen. Het was een uitkomst! Voor het eerst sinds hoe lang niet heerlijk uit de kleren 'snachts.Een warme douche, een warm bed. Hartelijke mensen, die eerst de logeerkamer nog een goede beurt geven. Ik mag niets doen. Strenge katholieken. Geen vlees op vrijdag. Elke zondag naar de mis. Actief in de parochie in belijdenis/doopbelofte onderwijs, maar ook kruidenthee bij het ontbijt, goed brood en alleen biologisch vlees. Gescheiden afval, spaarkopdouche. Zij vertellen me dat in Heimbach, verde op de route een Mariabedevaartplaats is. Ook is daar, precies op mijn route het klooster "Mariawald" Ik hoop, dat ik daar de paasdagen mag doorbrengen.
Goede Vrijdag
Op dit moment zit ik hoog op een heuvel op een bankje en kijk uit over een stil stuwmeer. Het is 11.00 uur 's ochtends. Er ligt een zware goede stilte over het land. Er is nergens activiteit. Op Goede Vrijdag is alles gesloten in Duitsland. Ik ga verder. Er duiken steeds meer wandelaars op. Het is warm. Ik heb voor het eerst mijn trui uitgedaan. Onderweg loop ik een eindje met een familie van drie generaties op.
Oma is een vrouw van mijn eigen leeftijd, gekleed in een vrolijk lichtblauw wijd T-shirt over leggings. Ze heeft ook een stok in de hand en ze vertelt me dat de familie al generaties lang elk jaar op Goede Vrijdag deze wandeling naar abdij Mariawald maakt. Er is daar een kruisweg met 13 staties. Elk jaar - zegt ze- moet de laatste keer zijn, omdat het knielen haar steeds moeilijker valt, maar ze komt toch elk jaar weer. Vanwege de devotie, de lente, het speciale brood, dat ze voor onderweg bakt. En voor de vreugde. " We zijn van boerenfamilie" duidt ze op de lange man met baseball pet en wilde zwarte haren. Hij draagt een metallic zonnebril en T-shirt met doodshoofd en duwt een bugy met zijn baby. De oudere kleinkinderen joelen en lopen met boomstammen te sjouwen om ze in het stuwmeer te laten varen. Twee jonge moeders lopen te kletsen en sinaasappels te pellen voor het kroost. Straks bidden ze allemaal de kruisweg mee.
Met zijn allen lopen we door dit godsheerlijke woud. Langs het stuwmeer waarachter de beboste heuvels/bergen oprijzen. Stukken woud zijn groen, dennen en sparren. Ertussen lichten de lariksen heldergroen op met hun nieuwe naalden. Andere stukken zijn nog dor en bruin. Die staan straks vol in blad, maar nu nog niet. Halverwege de helling beginnen bomen te bloesemen. krenteboompjes, wilde kersen. De wilgen zijn al ver uitgekomen. De berken ook met hun groene prinsessewaas. Ik zit onder een oude eik. Daar is nog niets te bekkennen, behalve dikke rode knoppen.
Ik dek na over iets dat mijn gastvrouw vanmorgen tegen me zei, toen ik vertelde van het doel van mijn reis: bidden voor de vrede in het midden-Oosten. Zij meende, dat het joodse volk voor altijd opgejaagd zou blijven. Zij geloofde niet in de vrede daar. Dat geluid hoor ik wel meer. Ik geloof dat niet. Ik geloof er niets van! Mijn buik zegt namelijk, dat het helemaal puntgaaf goed zal komen.
Ik krijg altijdeen heel rustig gevoel als ik mijn tegenwerpingen formuleer. Zo, en ik weet dat het wel goed komt! Ik hoop het niet. Ik weet het. Daarom ga ik ook. En van dat eeuwige vervolgd worden, dat is klinkklare onzin. Dat hoeft helemaal niet meer. Dat omkleed ik dan mooi met een paar bijbelse profetieen en een paar eigen gedachten. Nou ja, toe maar ! Mijn buik hoeft het natuurlijk niet bij het rechte eind te hebben! Maar volgens mij is het wel zo.
De elektriciteitscentrale bij het stuwmeer (witte steenkool) maakt een zacht zoemend geluid. Hij stinkt niet en staat de pralen in creme-wit, met twee organisch vormgegeven paleistorens en een ronde hobbit-stee achtige ingang. Antroposofische architectuur avant-la-lettre. 1904 is het bouwjaar. Ik ga verder. "Floret, floret, floret silvas undique, silvas undique". "Het woud bloeit overal." Ik ben heel gelukkig. Vandaag vind ik Duitsland/Eifel volmaakt. Dit kan toch niet! Ik kom voorbij een keurig Gasthaus "Zur Gemutlichkeit" Gelukkig kromt zich een teen.
Goede Vrijdag ben ik verder gegaan. In Heimbach kwam ik precies op tijd aan om in de Bedevaartskerk de middagdienst bij te wonen. Toch ben ik ergens dicht. De beroemde heilige pieta: een ontstelde oudere vrouw met een rond boerengezicht, met een vershrompelde, verstijfde figuur op schoot. Niets voel ik, niets. De kerk, zwart modern gewelf. Stenen muren, stenen vloer. Verder geen enkel ornament. Donker op mijn oog. De dienst, stijlvol, goed getimed, geoliede teksten, geoliede antwoorden van de gemeente. Ikvoel geen betrokkenheid. Ik luister niet meer naar de teksten. Daaronder roert zich een donkere lege ruimte. Het is tenslotte Goede Vrijdag. Om drie uur precies verdwijnt de zon achter de wolken. Ook in de kerk wordt het nu donker. Geen kaarsen vandaag.
Ik loop verder van Heimbach naar abdij Mariawald. De gastenverblijven blijken vol. Zoiets had ik ook wel verwacht, maar ook mijn tent mag ik niet opzetten. Dat valt tegen. Alle land om de abdij is taboe en alleen voor monnikenen en voor mannelijke gasten toegankelijk en op de parkeerplaats kan ik mijn tentje niet opzetten. Zo streng de regels, zo zachtmoedig de monnik, die mij dit moet zeggen. Het spijt hem echt. Hij vraagt bezorgd wat ik nu ga doen. Verder lopen, richting Gemund er zit niets anders op.
Met mijn pelgrimsstaf en mijn vaantje Den Haag-Jeruzalem ben ik een paar bezoekers van het terras voor het abdijrestaurant opgevallen. Ze spreken me aan en er ontwikkelt zich een gesprek. Het zijn verstandige mensen (ze vallen nietr gelijk in bewondering voor me op de knieen) en ze confronteren me met mijn twijfels omtrent allenige doortocht door de Balkan. Ze formuleren precies wat ik alsmaar in mijn achterhoofd heb: "Je stelt God op de proef" Ik leg uithoe ik het zie, en dat ik ook nog niet precies weet hoe dat in de Balkan moet. Ik vind het zo heerlijk om alleen te zijn. Ik moet er niet aan denken om drie maanden of langer gedwongen te worden met een vreemde of desnoods een bekende zo nauw te moeten omgaan.
Het is alsof er een ballon is doorgeprikt. Ik gooi mijn stok weg. Mensen maken zogenaamde grapjes erover. Ze denken dat ik ze ermee wil slaan. Ik had hem opgeraapt als loopsteun, maar stiekem geeft het mij ook pelgrimsstatus. Her viel teveel op. Ik loop verder. Ik volg gewetensvol de E8 markeringen terwijl ik loop te denken; ik voel me niet goed, hoe moet dat nou?
- God op de proef stellen? Dat wil ik niet, ik wel wel:
- Leren Haar/Hem/hetBestaan steeds meer te vertrouwen. Maar er is een subtiel verschil, meer dat ik het voel dan dat ik het kan formuleren.
Plotseling merk ik, dat ik naar het Westen loop, terwijl ik naar het Oosten moet. Al zeker twee kilometer ben ik op de verkeerde weg! Ik begrijp het; ik moet iets veranderen. Ik moet mijn kop buigen en toegeven, dat ik met no. 1 bezig ben en niet met no. 2. Het is Goede vrijdag. Ik sta voor een van de vele wegkruisen. Ik doe omkeer. Het asfalt om mijn hart breekt, tranen komen. 2 km lang op de terugweg vloeien mijn tranen. Ik zal gezelschap nodig hebben op de Balkan, in Roemenie, Bulgarije en Joegoslavie en ik wil niet. Ik vind het vreselijk. Ik zal het gevecht om mijn ruimte moeten aangaan. Ik zal moeten toegeven, waar ik dat niet wil. Ik zal verbinding moeten aangaan. Ik zal de engelbewaarder die het leven me zal sturen moeten accepteren. Ik weet ook, dat in mijn leven verbinding maken centraal staat. Dat daar voor mij een diepe opgave is. En het klopt. Gaan naar Jeruzalem is al het overbodige afleggen en dat gaat dieper dan: Johanna heeft het helemaal alleen voor elkaar gekregen.
Daarin voel ik al hoe mijn ego zich groot maakt. Ik geef mij over; het is goed Heer/Dame. Ik heb het begrepen. Het Klopt! Zoek een gezel(in) voor de Balkanlanden. Hoe daar ga ik over nadenken. Daar ben ik op het punt waar ik de verkeerde weg ben ingeslagen. Nu de goede weg. Ik kampeer bij Wolfgarten in de tuin van een Gasthaus en haal het vaantje van mijn rugzak. Het was goed om het zichtbaar op mijn rugzak te hebben. Het lokte veel gesprekken uit en dat was de bedoeling. Maar het was ook verkapte opschepperij. Dat wist ik wel en dat is ook niet zo erg, maar op dit moment past het niet meer. Ik moet eerst helemaal weer naar binnen en dan zien we wel verder.
Paaszaterdag 22 april.
Er blijven goede dingen gebeuren. Iemand wijst me de natuurvoedingswinkel in Gemund. Ik had er niet eens aan gedacht. En een ander wijst me het enige logeeradres in de omgeving. Ook ongevraagd. Ik wil graag twee nachten binnen slapen, omdat ik de Paasnachtviering en de Hoogmis wil bijwonen. Ik kan het nu zelf geen Pasen maken met versierde tafel, bloemen en zo, dus ik heb extra orgelmuziek nodig! Het Gasthaus ligt 1 km van een 18e eeuws kerkje, met oude grafstenen, in een slordig dorpje (he, dat is het eerste slordige dorpje, dat ik in de Eifel tegenkom!) Het Gasthaus is ook een beetje slordig, maar heel goedkoop en met prima vegetarische maaltijden. Ook de dienst is slordig, wat een opluchting! De priester voert het indrukwekkende Paasnachtritueel uit. Hij krijgt nauwelijks respons van de gemeente, die halfjes halfbekende liederen meezingt. Ik wil dolgraag die onbekende Duitse soms zeer oude liederen meezingen. Ik heb een gezangboek, maar niemand kan mij vertellen welke nummers er gezongen worden. Mijn buurvrouw is analfabete of zo. Ze zingt zachtjes af en toe mee zonder haar boek te raadplegen. Ik wil zo graag meevieren, maar het gaat niet. Een troost is de priester. Hij trekt in zijn eentje die hele kerk!. Hoe prachtig ingeleefd leest hij het Paasevangelie voor, Hoe innig spreekt hij de instellingswoorden uit. Mijn hart wordt weer blij, ik ontdooi, ik geniet. Daar staat een levend mens op het altaar.
Paasmaandag, 24 april Eisenscheid. 18.20
Vanmiddag was ik bij een oude Romeinse tempelplek vlak bij Pesch. Daar werden vroeger de "drie vrouwen" vereerd. Oorspronkelijk was het een boomheiligdom. De Romeinen namen de drie vrouwen, de drie matrones : Leven - dood - wedergeboorte-, over van de Kelten.
![]()
Er was een wijsteen met de afbeelding van deze drie matrones met mandjes met vruchten van de aarde op schoot. Ik heb ze alledrie een boeketje maagdenpalm op schoot gelegd en zou zeker een kleine ceremonie hebben gehouden als het niet zo druk was geweest. Maar het leuke daarvan was weer, dat ik het diepgaand met mensen over de vrouwelijke Triniteit heb gehad en hoe dat met mijn reis samenhangt. Het leek wel of ik daar onder de bescherming van die Godinnen zat te praten. Ze hebben een heel andere energie dan Maria, wat ronder en brutaler, maar ook heel krachtig.
Dinsdag 25 april
Ik was opgehouden met boos zijn vanwege de geasfalteerde wandelwegen, omdat het toch niets helpt en ik er alleen zelf maar naarder van werd. Ikwou het asfalt maar voor lief nemen, letterlijk, en zie! Op het moment, dat ik elke asfaltstap maar aan het Bestaan aanbied en er verder niet meer moeilijk over doe mag ik op echte bospaden lopen en vandaag zelfs, als extra traktatie: graspaden. Dat is het allerheerlijkste om op te lopen als er tenminste geen traktorsporen onder verborgen zijn en ik voel me ook lantgzaam maar zeker weer zachter worden. Vannacht had ik een heerlijk kampeerplekje aan een bosrand. Ik moet nog wel alles aantrekken 's nachts. Dat betekent maillot, dikke sokken, onderhemd, T-shirt, wollen trui, wollen hoofddoek om mijn kop en handschoenen aan, ja in de slaapzak handschoenen aan. Maar vandaag loop ik in bloot zonnehemd door de hete zon. Weet je dat je jezelf ook met de dauw die op je tent ligt en de condens, die in de tent hangt kunt wassen? Gewoon opvegen met je washandje! Het is zeker een halve liter.
Op het ogenblik, vier uur 's middags, zit ik hoog boven Altenahr in het Ahrdal op een terrasje en drink "Kolsch", een pilsachtig bier hier uit de omgeving. Ik bennet met de stoeltujeslift naar boven gekomen. (Ik bengek op stoetjesliften. Mag dat wel van het Jeruzalemgeld?) en geniet van een werkelijk schitterend uitzicht. Ik heb mijn schoenen en sokken uitgedaan. Diep beneden me ligt de krinkelende Ahr, daarnaast huisjes, kastelen op rotsachtige vooruitspringsels in de diepe geul, die de Ahr heeft uitgesleten. Ik kan precies zien hoe ik hier naar toe ben komen lopen en waar ik straks naar toe ga. Beboste steile bergen, hoogte ca. 500 m. Straks "seil" ik weer naar beneden.
Woensdag 26 april, Oberbreisig.
Gisteravond zat ik in mijn tentje 500 meter hoog op een beboste bergkam boven de Ahr. Ik hoor een licht snurkje naast mijn tent, maar zo licht, dat ik dacht dat het een vreemd soort vogel was. Vanochtend blijkt de grond naast mijn tent door wilde zwijnen omgewoeld! Niks gemerkt!
Sinds mijn gesprek op Goede Vrijdag,en sterker opgemerkt, sinds de drie Matrones, heb ik een raar gevoel naar God, of wat ik als God ervaar! Ik houd er van om als een kind met het Goddelijk te praten en voel me altijd heel vertrouwd en vrij als ik dat doe, maar op de een of andere manier kan ik geen contact maken. Kinderachtig gezegd: het lijkt wel of ik iets doe wat niet mag. Alsof ik een slecht geweten heb, maar waarvan dan? Ik voel me slecht en daarom durf ik niet te bidden, durf ik hem niet te naderen. Ik voel me ongelukkig, zo afgescheiden van mijn gevoel. Alsof ik iets van heel vroeger tegenkom. Ik mag er niet zijn, ik ben slecht. Ook mijn "altaartje" (mijn inmiddels kreukelige en smoezelige servet met bijbeltje,kruisje, rozenkrans, Maria-ansichtkaart, kaarsje, steentjes, geurige kruiden) lijkt veel te vol en te rommelig. Alleenals ik er twee altaartjes van maak gaat het. En, tot mijn schrik merk ik dat de "manelijke" dingen gescheiden worden van de "vrouwelijke" Het verdraagt elkaar niet meer. Enigszins ongerust zie ik het aan. Het "mannelijke", bijbel, palmtakje, donkere steentjes, doet afwerend aan. Maar ik wil dat toch niet missen! De bijbel, Dat is Israel, Midden-Oosten. Daar ben ik naar op weg!.
Op een bankje langs de weg ga ik maar eens precies zitten voelen wat er is. En dan voel ik het weer. De vriendelijke afkeuring van de mensen op het terras bij Mariawald. Ze zeiden, dat God boos op mij zou worden als ik doorging. Natuurlijk wordt God nooit boos op mij, wat een onzin, maar kennelijk is de opmerking op een kinderlijk niveau toch in mijn systeem geslopen. Mijn moeder, die deze hele onderneming onzin vindt., en diep in haar hart vindt dat ik bij haar zou moeten blijven om haar laatste jaren te verlichten. Of vind ik dat zelf ook diep in mijn hart! En vooral het feit, dat ik als vrouw alleen reis.
Ja, ik weet het nu, ik ben erachter. Het mag niet! Dat mag niet; als vrouw alleen op weg !!!. Ik voel afkeuring, je brengt jezelf in gevaar en dat wil God niet!
O.K. God, over de Balkan zijn we het eens, maar hier toch wel! Tot en met Hongarije toch zeker wel!
Van de Matrones mag het wel! En van Maria ook! Zij reisde met spoed door het bergland (Lucas 1, vers 39). Er staat nergens dat zij begeleiding had. De vrouwen, de natuur, de planten, heel het woud juicht het toe, dat ik ga, daar naar uw heilige stad. Ze helpen me om mijn weg te vinden en waarschuwen me als ik ergens niet naar toe moet gaan. Ze geven me kleine kadootjes onderweg (nu al drie dagen geen asfalt). Hoe kan zo'n vreemde splitsing in mijn geest nu ontstaan? Dat heb ik nog nooit gehad!
Ik voel me al beter en a maar even door met mijn zielsinhouden op het Goddelijke en de omgeving te projecteren. Het werkt!
Lieve God van Israel, diehemel en aarde gesfhapen heeft. Ik wil Je wel graag danken voor mijn bestaan, maar Je valt me tegen. Dat had ik niet van Jou gedacht, dat Je er zulke bekrompen denkbeelden op na zou houden. Ik vind het namelijk heel goed wat ik doe.
Wat een opluchting om het zo te formuleren! Ik voel, dat ik gehoord ben en dat het goed is. Vanuit mijn openspringende hart vergeef ik de Eeuwige en dank ik Hem voor mijn bestaan. Rondom mij springen de heuvels als lammeren, barst de bloemenwei in schaterlachen uit. (En dendert er een straaljager over mijn kop).
Donderdag 27 april 2000, 13.15 uur
En vannacht had ik het alleen in T-shirt weer bloedheet. Tegenstellingen. Nu is het wachten op "Kalter Sofia" = IJsheiligen 15 mei, of het zo warm blijft. De hele dag loop ik te puffen. Vandaag ben ik aan de Rijn aangekomen, prachtige uitzichten vanaf de Rijnoever. Ik moet wel telkens de bergen op en af en dat met dit weer! Gevoelstemperatuur (met rugzak) 35* C. Veel drinken, niet plassen.
Vanmiddag kwam ik onverhoeds, over een stil bospaadje, bij een oud Joods kerkhof. Strenge, sobere, rechtopstaande stenen in een licht lentebos. Er liggen overal gebedssteentjes op de stenen. Ik voeg de mijne toe op het graf van een Cohen, herkenbaar aan de afbeelding van twee zegenende handen. (Cohen=priester). Ik vraag eerbiedig of ik heelhuids in Jeruzalem mag aankomen, en dat mijn reis mag bijdragen aande Grote Vrede, in wat voor vorm dan ook.
Ik zing de eerste regel van het Kaddisj, meer ken ik niet. (Mag ik dat eigenlijk wel doen? Ik aarzel) Het lijkt of hier al eeuwen niemand is geweest. Het zonllicht filtert zo prachtig door het zachtgroen van die beuken. Het gras groeit weelderig op de graven. Ze staan daar al zo lang en ongezien. Ik ga zitten om een aquarel te maken. Rust en vrede.
Vrijdag 28 april 2000, 18.15
De bloesems beginnen hun blaadjes al te verliezen en langs de weg staan paarse en gele dovenetels, blauwe bosviooltjes, gipskruid, grappige brutale madeliefjes, heldlerblauwe ereprijs, grote paarsehondsdraf. De aardbeitjes staan al in bloei. De bosbessenstruiken, die acht dagen geleden bij Aken nog kaal en sprietregi waren, zitten vol blad en dragen roze bloembelletjes.
O, wat verlang ik ernaar mijn haar te wassen. Ik heb zo'n baseballpetje tegen de zon moeten kopen, een grappig hoedje heb ik hier nog niet gevonden. Er stond NY op (New York). Maar ik ga niet naar New York., dus ik heb de N eraf gepeuterd. Dat gaffelkruis Y bevalt me beter. Met enige fantasie staat er nu Y(erusjalaim). Het is een mystiek symbool voor de twee die een worden, of de eenheid, die twee wordt.
Langs de weg staan primitieve stenen wegkruisen in deze buurt. Uit een stuk gehouwen door de plaatselijke steenhouwer van vier eeuwen terug. Met grote Latijnse hanepoten met de naam van de schenker.
Vandaag ben ik een beetje ziekjes geloof ik. Ik hebzo'n 20 kim gelopen, maar tegen deavond verdwaal ik ten westen van Koblenz in uitgestrekte boomgaarden. Het is wel een heel mooi intiem landschap, maar het land is prive bezit. Het wordt donker; ik ga toch maar in zo'n boomgaard staan. Er is niemand aan wie ik het kan vragen. De hele dag was het heet en klam, idem dito in de slaapzak. Ik heb het rillerig koud en toch zweet ik. Er komt onweer opzetten,maar net niet. Ik verheug me op een rustige nacht in zo'n romantische omgeving en ga om 10 uur slapen. Om 12.oo uur word ik wakker gemaakt door een bekend dom-dom-dom-geluid. Zijn ze hier nou aan het rondrijden met lawaaierige auto's? Nee, vlak achtermij wordt een houseparty gehouden in een oude schuur. Tot 6 uur 's ochtends. Dan mag ik nog een uurtje slapen.
29 april 2000 Koblenz
Vanochtend moe en zwakjes op weg. Onderweg barst eindelijk het onweer boven mijn hoofd los. Wat heerlijk, dat de tent droog ingepakt zit. Mijn poncho doet goede diensten.
Cafe Bahnhof Koblenz. Ales, Mijntje en mijn exman Hans zijn op weg naar Tsjechië en komen mij in Koblenz opzoeken. Wat heerlijk om ze weer te zien! Zij gaan zo even in 7 uur doen, waar ik nog anderhalve maand over ga lopen.
Ik sta nu op een camping vlak bij de samenvloeiing Moezel/Rijn. Deutsches Eck. Daar staat, op de zuidelijke punt een enorm ruiterstandbeeld van Wilhelm de Grote (wie was dat? Toch gewoon de duitse keizer uit de 19e eeuw?) Hij is vele malen meer dan levensgroot en wordt begeleid door een gevleugelde Nike (Godin vande overwinning), die zijn keizerskroon op een kussentje met kwasten draagt. Vroeger nam ik alleen de protserigheid van zo'n beeld waar, de letterlijk en figuurlijk uitvergrote opgeblazen vorm van wat een gewoon mens is, maar vandaag zie ik ook iets van het ideaal erachter. Ik probeer me niet af te sluiten voor de volmaakte grandeur van het geheel. Het maakt inkdruk en het ontroert me tegelijkertijd, dit onuitblusbare verlangen om een volmaakte, edele mens te zijn in een volmaakt en edel Vaderland, dat de hele gemeenschap van alle volkeren dient met zijn talenten. Dit ideaal kreeg zijn uiteindelijke verwrongen vervorming in de Ubermensch uit de Nazitijd, maar de kern was en is eigenlijk goed. Het essentiele verschil zit in de tegenstelling dienen/heersen. Daar is de grote vergissing gemaakt.
Onder aan het standbeeld is, op de enorme sokkel, het Duitse wapenschild uitgewerkt: een woest kijkende, krijgshaftige adelaar, die - tot mijn verrassing - zich uit een adderkluwen omhoog aan het werken is. Duitslands astrologisch teken is de schorpioen! In de astrologie wordt de schorpioen ook wel uitgebeeld als de slang die een adelaar wordt. De edele natuur, die zich oven zijn eigen giftige neigingen verheft en daardoor zich het hoogst van alle tekens verheffen kan. Twee dieren, de slang en de schorpioen, die met hun buik over de grond kruipen en zich onder stenen verstoppen. M.a.w., die verbonden zijn met de sterkst vormgevende kracht (aarde - stenen), maar die het ook in zich hebben tot puur licht te transformeren (de adelaar, die opgaat in de zon aan de hemel).
In Gottingen -midden Duitsland, 1933, ontdekten Duits/joodse geleerden het geheim van de atoomspitsing, materie, die zich omzet in licht/energie. Alweer hetzelfde beeld.
Koninginnedag 30 april 2000. 13.10 uur.
Ik heb mijn Jeruzalemvaantje weer op mijn rugzak gedaan en laat het nu zitten. Meteen volgt al een goed gesprek. De vrouw bij de krantenkiosk is alweer iemand, die niet gelooft dat het goed kan gaan in Israel. Als ik wegga heb ik haar bijna overtuigd van het tegendeel.
De komende nacht is het Walpurgisnacht en morgen, 1 mei Beltane. Vandaag is het Koninginnedag in Nederland. Allemaal vrouwenfeesten en eerste communiefeesten in Duitsland. Hier in Koblenz zie ik vandaag tientallen koninginnetjes, eerste communicantjes (kinderen van een jaar of 8-9, die voor het eerst aan het Avondmaal deelnemen). Zij wandelen met hun familie naar de kerk. De jongens vallen niet op. Ze zien er keurig uit, daar niet van, in pak met das enzovoort. Maar de meisjes glanzen in hun lange witte zijden en satijnen jurken, handschoentjes, tasjes met nieuwe gebedenboeken en gouden kruisjes om de hals. Een waas van gecombineerde ijdelheid en heiligheid om hen heen. Ze zijn mooi, de meisjes, en ze weten het, maar ze zijn ook goed geestelijk voorbereid en begrijpen best waar het in beginsel over gaat. Het brengt mij sterk terug naar mijn eigen 1e communie. Ik was 6 jaar. Het was een enorm kerkelijk en familiefeest en dat was goed! Het benadrukte het belang van de "inwijding" Je kreeg "vrome" kadootjes. Ik had mijn witte kerkboekje met goud op snee, in wit foedraaltje binnen een half uur uit. Daarvoor was het in de kerk feestelijk geweest, met kaarslicht en witte violieren die je droeg. Innige stilte na de communie. Het is niet meer zo in Nederland en hier kennelijk nog wel!.
Nu is het inmiddels een uur of twee en na het feestelijk Mittagessen, speelt er na alle huldiging een eerste communicantje hier op het grote plein naast de fontein. (Stromen van levend water). Ze draagt een witkanten broekpak en witte bloemen in het haar. Ze stoeit met neefjes en nichtjes van haar eigen leeftijd, die ook in het net en in het lang gekleed zijn, maar dan in gewone kleuren. Ze voetballen en dollen na al die plechtheden. Zij staat, in haar smetteloze broekpak, heerlijk in het midden van de belangstelling en geniet er overduidelijk van.
Om 13.00 uur is er, ver terug in het Eifelgebergte, een vrouwenceremonie begonnen rond de drie Matrones. Een vrouw, die ik daar ontmoette, vertelde me, dat vandaag zo'n ceremonie gehouden zou worden ter ere van de nieuwe lente. In de kerk hebben de communicantjes na de Heilige Mis het Mariabeeld met vele bloemen versierd. Zo bundelt de lentegodin haar krachten om deze dagen veel kracht te krijgen en te geven. Meisje/Moeder Aarde opent zich in haar bloemen naar de zon. Op de camping vereert een aardige man mij met zijn belangstelling. Morgen trek ik verder.
© Copyright 2000-2004 Johanna van Fessem . Getypt door Adrie van den Hoek, secetares van Johanna. Web Design : Ales Vanek.
Laatste update: 30 IX 2008