1e verslag van de voetreis van Johanna.
Zondag 2 april 2000, 17 km van Den-Haag naar Zoetermeer.
Zondagochtend was het prachtig weer. Ik was niet klaargekomen met pakken en moest vroeg opstaan om het af te maken. Shampoo en nachtcrème overdoen in kleine potjes, pleisters knippen en een Jeruzalemvaantje maken.
Om 10 uur komt Peter met zijn fototoestel van de Haagsche Courant en zijn vriendschap. Om 10.15 Anna-Maria met haar hoge en blijde afstemming. Ales klemt zijn vingers tussen de deur. Oei, arnica helpt. Met Ales en dochter Mijntje gaan we naar mijn meditatieplek in het bos van Don Bosco. Daar heb ik 13 jaar geleden een Indiaans medicijnwiel, een cirkel van stenen gelegd, als een soort kompas op de vier windstreken.Een keer rond het wiel lopen. Goed contact maken, met het Noorden, Oosten, Zuiden en Westen. Jeruzalem, drie bomen en een kerktoren. Hier in het bos breekt de lente los. Het is goed, heel goed. En ik ga, Mijntje huilt, ik ook.
Ik wil op weg, deze hoge mooie energie vasthouden. Dit vertrouwen en deze vredige stemming vasthouden, vooral de afstemming op de Gouden Koepel Moskee op de tempelberg in Jeruzalem. Vrede in mij.
Dat is niet zo moeilijk met dit weer en deze uitbarstende lente.
Twee en eenhalf uur loop ik achter elkaar op mijn nieuwe schoenen. Dan moet ik ze omwisselen met mijn oude afgetrapte bergschoenen, die tijdelijk in een zak voor mijn buik bungelen. De nieuwe zijn nog niet goed ingelopen.
Ik heb zoveel nieuwe indrukken, gedachten. Alles te verlaten, me te verlaten op God. En mijn dochter achterlaten, mijn moeder die dof ineengedoken op de bank zit achterlaten, mij afscheuren van mijn vriendin en weten dat het niet anders kan.
Vaarwel zeggen tegen mijn huis, dat mijn huis al niet meer is. Mijn zoon in Australië, waarmee ik een uur aan de telefoon zit, waarvan we allebei genieten.
17 km naar Zoetermeer, langs de snelweg door het Westerpark. Enge man, ik loop een eindje om; andere enge man. Toch doorlopen, ondanks enge mannen. Een koffiehuis onderweg. Ik kan niet langs de weg plassen vanwege drommen fietsers. Bij het koffiehuis is een wc. Ik drink binnen een kopje thee en mag niet betalen omdat ze het een waanzinnige onderneming vinden. Eenman met gouden ring in zijn oor, zwart snorretje, bierbuik en twee grote honden onder de tafel, betaalt mijn thee en vraagt honderd uit.
Ik ga verder, mijn heupgewrichten spelen op! Uitrusten maar weer. In het Westerpark, onder een wit bloeiende struik, schrijf ik mijn moeder. Ik draag haar graal-insigne op mijn windjack. De graal-beweging, de grote inspiratie uit haar jeugd. De beker en het kruis. Zoektocht naar de Heilige Graal, Jeruzalem, stad van de Graal.
Haar Jeanne de Arc energie heeft mij altijd geïnspireerd, nu zit ze uitgeblust op de bank, verslagen, omdat ik weg ga. Wil je mij niet je zegen geven moeder, wil je niet trots op mij zijn? Wil je me met geloof en vertrouwen beminnen? En je moed, en je kracht.
In Zoetermeer wacht een vriendin in haar schone vredige huis, een tuin vol lentebloemen. Ze heeft gekookt, echt voedsel. (Biologisch-vegetarisch). De nieuwe logeerkamer mag ik inwijden. Er staat een icoontje: de intocht van Jezus in Jeruzalem. Ik word verwend als een koningin. Waar heb ik dat nu aan te danken?
Maandag 3 april, 21 km van Zoetermeer naar Gouda.
Ze gaat met mij mee, de moeilijke tweede dag door. Spierpijn, pijnlijke voeten. 21 km naar Gouda over asfalt, langs bloeiende magnolia's, lammetjes in de wei, groene, bottende bomen, narcissen overal. Rustige weggetjes en langs flitsende auto's. Ze draagt mijn tweede paar schoenen in de tas, als ze me te zwaar worden.
Een heerlijke dag, een zware dag met dit ongetrainde lijf.
Nu, de tweede avond opnieuw een warm welkom, logeren in de meditatiekamer van de nieuwe gastvrouw.
Toegelaten worden in dit, haar kwetsbare domein. Klankschalen, Indiaanse motieven op lampen en muren. Een oosterse sprei, vol gouden pailletten, warmte affiniteit.
Dinsdag 4 april, 18 km van Gouda naar Groot Ammers.
Islamitisch nieuwjaar en ik loop langs de IJssel naar Haastrecht en maak me zorgen over een knobbeltje in mijn voet, een spierverrekking in mijn linkerkuit, een verdwaald botje in mijn rechterknie, over de na de te inspannende dag van gisteren plotseling opgekomen ongesteldheid.
Na een regenbuitje van niks in de vroege ochtend straalt de zon weer. De magnolia's bloeien en ik loop te hypochonderen. Vlak voor Haastrecht doe ik mijn vaantje Den Haag - Jeruzalem op mijn rugzak.
Ik wil straks aan de pastor van de Salvatorkerk vragen of hij een strookje voor Jeruzalem wil schrijven. Ook wil ik graag even bidden bij het oude Bedevaartsbeeld van Maria ter Weghe. Om zegen vragen voor mijn reis.
Een kaarsje aansteken voor mijn moeder, mijn dochter, mijn zoon en mijn vriendin.
Om 12 uur hebben mijn nicht Tine en ik afgesproken voor de kapel. In haar dikke winterjas, met rugzak, staat ze al op mij te wachten. Na aanbellen bij de pastorie blijkt er geen pastoor te zijn, maar een vriendelijke vrouw die zegt dat de kapel niet voor gebed open is. Dan doe ik mijn weesgegroetjes mooi op de stoep. Lunch eten we op het kerkhof.
Dan lopen langs de Vlist, de boomgaarden staan nog niet in bloei. Wel duikelen er overal lammetjes in de wei.
Gele explosies van dotterbloemen langs de waterkant, hier en daar verdwaalde pinksterbloemen, speenkruid, alle wilgen zijn zorgvuldig geknipt dit jaar.
Schoon en proper land, met zijn verzorgde boerderijtjes, zijn langgerekte intens groene weilanden en afgemeten asfaltweggetjes. Ik merk niets van het Bijbelgerichtzijn, behalve deze boerderijnaam: "Dwaal ik, wacht Gij".
De horizon is groen en ver en wijds. Een boomgroep, een torenspits, verder is dit land een en al hemel, lucht en wind. In Schoonhoven eten we bij hotel "Belvedère", uitzicht op de veerboot, laag zonlicht over de Lek. Een boot vaart voorbij: Confidentia", Vertrouwen. Dat moet je opschrijven, zegt Tine.
Oversteken met het veer. Aan de overkant van het hek blijkt mijn waterfles lek. Lekgestoken met de speld van mijn Jeruzalem vaantje? De zon zakt. De wind waait guur en sterk. Hij vlaagt over het vlakke polderland tussen Nieuwpoort en Groot-Ammers. We vragen bij een boerderij of we in de beschutting van het huis onze tent mogen opzetten. Dat mag. Het is 20.30 uur. Een moment meditatie en we gaan slapen. Twee vrouwen in de overgang. Waarschijnlijk zijn we om drie uur 's nachts al klaar wakker.
Tine heeft zich in haar slaapzak geïnstalleerd als de vrouw des huizes ons komt uitnodigen voor de koffie. Ik ga mijn verhaal vertellen en vind een belangstellend oor van vader en moeder en twee nieuwsgierige jongetjes.
Als ik een uur later in mijn slaapzak schuif is ons ook nog aangeboden de andere morgen te komen ontbijten.
Het is Tine's eerste kampeernacht en het is koud. Onze gastvrouw heeft ons een extra donzen dekbed meegegeven voor de nacht en dat blijkt tegen de ochtend echt nodig. Tine heeft niet kunnen slapen.
Woensdag 5 april
Vandaag is het nog guurder dan gisteren en we mediteren een half uur in de tent. De zon schijnt echter prachtig en onze weg gaat door de vlakke, verlaten Alblasserwaard. Over met grasbegroeide dijken, de Madeliefjes en het Speenkruid houden hun bloempjes stijf dicht vanwege de koude harde wind. Voor vannacht wordt nachtvorst voorspeld. Er is nog nauwelijks vee te zien in de felgroene onafzienbare weiden. Pas geknotte wilgenrijen staan langs de lange sloten. Molens langs een haag, boezemwater, ronde bruggen over wijde vaarten. Hier en daar een oude boerderij, geen mens te zien, geen dier te zien. Hoge, wijde blauwe hemel met windveren over de liniaalrechte eindeloze horizon. Hier en daar licht geboomte. De punt van een kerktorentje priemt de hemel in.
Lopend over het gras, buiten de lange rechte asfaltwegen om, kom je gemakkelijk tot gebed. In dit land "des Heeren" is het goed en licht het Onze Vader bidden.
Tine loopt 100 meter vooruit. Ze geniet ook individueel en ik ben alleen met God.
We eten onze boterham in de luwte van een wilgenbosje. Het is een beetje een heksenbosje. De bomen kraken en lijken met elkaar te praten. Ik krijg een beeld van de integere, maar (te) strenge gerechtsdienaar, die hier in deze streek diende en tenslotte ziek werd van alle galgen die hij had moeten oprichten.
Aan het eind van de dag rusten we uit op een bankje. In de leuning staat niet, zoals gewoonlijk, "fuck you" of iets dergelijks gegrift, maar: "de Heere is God!". Dat doet ons allebei goed.
Met mijn missie wil het nog niet zo erg lukken. In Groot-Ammers lopen we in het Hervormd Centrum per ongeluk een vergadering van Bijbel lezende vrouwen binnen. Ik mag mijn verhaal over mijn reis doen en vertellen over de gebedenstrookjes voor de Vrede in het Midden-Oosten die ik wil verzamelen. Ik merk dat ik een beetje overval en ze kunnen niet rechtstreeks reageren.
Ook in Bleskensgraaf, in de bijbelwinkel gebeurd hetzelfde. Ik vraag mij af of ik niet gewoon een gebed naar het Midden-Oosten zal vragen voortaan. De kerkjes en pastorieën waar ik aanbel geven geen gehoor en niet thuis.
Omdat er nachtvorst voorspeldt is en het afgelopen nacht al koud was, willen we deze nacht een hotelletje nemen. We hopen in Hardinxveld er een te vinden, maar we vangen bot. In een café bellen we naar Gorinchem. Alles blijkt vol! Niemand van de café gasten die iets weet. We gaan onverricht ter zake de vallende schemering weer in, ook de politie geeft niet thuis. Met strompelende voeten (we liepen 26 km vandaag), pijnlijke schouders en stijve benen van de spierpijn babbelen we in het koude donker verder. Toch onze tent opslaan dus. Achteraf in een volkstuincomplex vinden we een stille plek. Met onze kleren aan duiken we de slaapzakken in. De sterren schitteren en stralen in alle vrede boven ons hoofd.
Donderdag 6 april
Maar geslapen hebben we niet. Het was echt te koud. Tine zei gisteren tegen me dat volgens Sint Franciscus de ware vreugde eruit bestaat, dat als je in een noodweer vijf maal onderdak geweigerd wordt door een medebroeder, je dan niet woedend en ook niet droevig wordt.
Ik word niet woedend en ook niet droevig, maar ik voel me koud, moe en ontheemd.
De volgende morgen knispert het ijs van onze tent af. Als we de voorflap openen zien we het gras dichtgerijpt voor ons. De opgaande zon spiegelt grijs en blauw en wit uit de vaart.
© Copyright 2000 Johanna van Fessem . Getypt door Adrie van den Hoek, secetares van Johanna. Web Design : Ales Vanek.
Laatste update: 29 februari 2004